[EnschedeRamp] Forum
Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
1 Juni 2020, 11:20:55

Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte
Zoek:     Geavanceerd zoeken
NB! Als u lid wilt worden stuur dan een verzoek naar:

EnschedeRamp@gmail.com
8044 aantal berichten in 694 topics door 21 geregistreerde leden
Nieuwste lid: MvT
* Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
+  [EnschedeRamp] Forum
|-+  Enschede 13 mei 2000
| |-+  Deskundigen
| | |-+  Zuidhof & Kamp
« vorige volgende »
Pagina's: [1] Omlaag Print
Auteur Topic: Zuidhof & Kamp  (gelezen 5081 keer)
admin
Don H.
Forumbeheerder
Held
*****
Berichten: 2080



Bekijk profiel
« Gepost op: 11 Februari 2010, 21:34:46 »

Zuidhof & Kamp, deel 1 van de 5)


Waterstoframp?

Vuurwerkramp Enschede:

 
 

Een onderzoek naar de oorzaak van de explosies bij de vuurwerkramp van Enschede op 13 mei 2000.
 
 
 
 

Theo Zuidhof

N&G

6VWO
 


Wouter Kamp

N&G

6VWO
 
 


--Greijdanus College Zwolle -- 23-12-2005 -- Begeleider: dhr. Kelder--

 



Inhoudsopgave

 


Inleiding


1 Vuurwerkramp in Enschede

     1.1 Inleiding

     1.2 Vuurwerkramp Enschede

     1.3 Voor de ramp

     1.4 13-05-2000

           1.4.1 Wat gebeurde er op 13 mei?

            1.4.2 De escalatie van de brand

            1.4.3 De explosie in cijfers

     1.4.4 De ramp in tijden

     1.5 De gevolgen

            1.5.1 Bestrijding van de ramp

     1.6 Conclusie


2 Eerdere onderzoeken

      2.1 Inleiding

      2.2 Onduidelijkheid

            2.2.1 Nalatigheid in benoemen oorzaken explosies

2.2.2 Verschillende onderzoeken, verschillende oorzaken

      2.3 De commissie-Oosting

     2.3.1 Over de commissie

           2.3.2 Inhoud van het rapport

      2.4 Openbaar Ministerie

     2.4.1 Uitsluitsels

      2.5 MSNP in opdracht van BV

     2.6 Koolstoftheorie
  2.6.1 Over Kappl en zijn theorie

            2.6.2 Reactie

2.7 Waterstoftheorie.
2.8 Overige onderzoeken en noemenswaardige theorieën
 2.8.1 Gasleidingentheorie

     2.8.2 Schokgolftheorie

     2.8.3 Explosieventheorie

     2.9 Conclusie


3 Waarom de waterstoftheorie

      3.1 Inleiding

     3.2 Het ontstaan van onze theorie.

     3.3 Naar Wapenveld

     3.3.1 Bezoek Wagenvoort

     3.3.2 Herkomst waterstoftheorie

     3.3.3 Vertrek Wagenvoort

     3.3.4 De busreis terug

      3.4 Waarom deze waterstoftheorie

           3.4.1 Uitleg waterstoftheorie

     3.4.2 Ontstaan van waterstofexplosie bij de ramp

     3.4.3 Zichtbaarheid waterstof bij de ramp

     3.5 IJsfonteinen

     3.6 De explosie

     3.7 Conclusie
 


4. Eigen onderzoek

     4.1 Inleiding

     4.2 Onderzoeksopbouw

     4.3 Beschrijving proef met calcium

     4.3.1 Proefopzet

     4.3.1.1 Gaschromatograaf

4.3.2 Proefopstelling

     4.3.3 Resultaten

     4.4 Beschrijving proef met magnesium

     4.4.1 Proefopzet

     4.4.2 Resultaten

     4.5 Beschrijving proef met Aluminium

            4.5.1 Proefopzet

     4.5.2 Resultaten

      4.6 Beschrijving proef met mengsel uit ijsfontein

     4.6.1 Proefopzet

     4.6.2 Resultaten

     4.7 Beschrijving proef met gas uit ijsfontein

            4.7.1 Proefopzet

     4.7.2 Proefopstelling

     4.7.3 Resultaten

     4.8 Conclusie bij onderzoek


5 Conclusie

      5.1 Inleiding

      5.2 Hoofdvraag

      5.3 Antwoord

      5.4 Consequenties 


Bronnenlijst


Bijlagen

      Nawoord
 
 
 Inleiding


Voordat u begint met het lezen van de eigenlijke inhoud van dit profielwerkstuk (PWS), volgt eerst een korte toelichting en verantwoording voor dat wat zal volgen in dit werkstuk. Het PWS is een onderdeel van het examendossier en moet minimaal voldoende worden beoordeeld om toegelaten te worden tot het eindexamen.


In feite is een PWS niets anders dan een grote praktische opdracht. De naam zegt het al; het werkstuk moet betrekking hebben op de vakken van je profiel. In ons geval betekent dit, dat het werkstuk betrekking moet hebben op óf het vak wiskunde of natuurkunde of scheikunde of een combinatie van deze vakken.


Het is de bedoeling in dit werkstuk bondig verslag te doen van ons onderzoek naar de oorzaak van de ramp in Enschede. Op 13 mei in het jaar 2000 vond in Enschede een ramp plaats. Een wijk werd totaal vernield na branden en zware explosies op het terrein van een vuurwerkbedrijf. Wij richten onze aandacht in ons onderzoek vooral op de mogelijke oorzaken van de grootte van de explosies.


In de tijd dat we aan het brainstormen waren over onderwerpen, die interessant zouden zijn op het gebied van vuurwerk, kwamen we in contact met het vuurwerkbedrijf ‘Wagenvoort vuurwerk BV’. Op de vraag of zij nog een relevant onderwerp hadden uit de vuurwerkwereld, werd positief geantwoord. Na verder contact werd duidelijk dat dhr. Wagenvoort meende dat er andere dingen moeten zijn ontploft dan vuurwerk tijdens de ramp in Enschede. Omdat hij meende dat extern onderzoek meer zou betekenen dan intern onderzoek - dat wil zeggen dat mensen van buiten het vuurwerkwereldje als objectief kunnen worden beschouwd, zodat een dergelijk onderzoek meer impact zou hebben naar de buitenwereld toe, dan dat zijzelf met een rapport aan kwamen zetten – zou volgens Wagenvoort dit voor ons een zeer interessante kwestie kunnen zijn.


Ter toelichting: Wagenvoort doelde op het volgende: er is al enige tijd een theorie in omloop. Deze theorie verklaart de explosies door de aanwezigheid van waterstof, dat door het blussen van het vuurwerk zou zijn ontstaan. Doordat er een grote hoeveelheid vuurwerk lag opgeslagen in de bunkers van het vuurwerkbedrijf, bestaat de kans dat er, door de grote hoeveelheden waterstof die daarbij zouden kunnen ontstaan, een waterstofexplosie heeft kunnen plaatsvinden. De theorie heeft heel toepasselijk de naam ‘waterstoftheorie’.


Na enige aanpassingen en verdere afbakening zijn wij tot een onderzoeksvraag gekomen: “Hoe kan men de grote kracht van de explosies tijdens de ramp in Enschede verklaren?” De deelvragen zijn als volgt geformuleerd:

Wat gebeurde er allemaal voor, tijdens en na de ramp? (Kortom: informatieve zaken rondom de vuurwerkramp in Enschede.)
Wat zijn de resultaten van eerdere onderzoeken over de oorzaken van de explosies?
Welke hypothese heeft het vuurwerkbedrijf en vervolgens
Waarom de waterstoftheorie?
Kunnen de hypothese en de theorie praktisch onderbouwd worden?
Wat zijn de gevolgen van ons onderzoek? (conclusie)
 
Wij zijn van mening dat wij door het beantwoorden van deze deelvragen tot een conclusie kunnen komen.

1. Vuurwerkramp in Enschede

1.1 Inleiding
In dit hoofdstuk kunt u informatieve teksten vinden omtrent de vuurwerkramp in Enschede. Er zal een bondig verslag volgen over de ramp in Enschede. Dit  komt vooral tot stand door het verzamelen van documentatie en het verwerken daarvan. U zult passages vinden in de vorm van eigen tekst, maar ook in de vorm van citaten.

1.2 De vuurwerkramp Enschede
 
”Op zaterdag 13 mei 2000, ‘s middags om een uur of half 4, boem. Niet zomaar boem, maar geweldig boem! Een enorme explosie legt een groot deel van Enschede plat. Zo enorm dat op kilometers afstand ruiten barsten. Niet normaal, echt niet normaal.”

(Burger van Enschede op www.13mei2000.nl, 15-11-05)


Zomaar een willekeurige reactie op het drama dat zich op zaterdag 13 mei afspeelde in Enschede. Twee enorme explosies zorgden voor het grootste drama voor Enschede sinds lange tijd. Een drama dat niemand had aan zien komen. Het vuurwerkbedrijf SE Fireworks lijkt vanaf het eerste moment de schuldige. Vervolgens worden rapporten vol geschreven, onderzoek na onderzoek wordt er uitgevoerd. En dat om de nodige waarheid te achterhalen. Nog steeds is er veel onduidelijkheid over deze catastrofale zwarte bladzijde in de geschiedenis van Enschede.

1.3 Voor de ramp
Zoals gezegd leek de ramp volledig uit het niets te zijn gekomen. Toch waren er al enkele waarschuwingen van te voren over de vuurwerkopslag geplaatst. Sommigen hadden een concrete relatie met Enschede. Deze zijn niet achteraf gepubliceerd, maar zijn al eerder in het nieuws gevonden! Zo werd er bijvoorbeeld op 8 december van het jaar 1999 het volgende gepubliceerd:

     “Expert vreest vuurwerkramp
Rotterdam - Nederland staat tijdens de millenniumwisseling een "oerknal" te wachten. Volgens G. Wagenvoort, voorzitter van de vereniging Evenementen Vuurwerk Nederland (VEV) is er momenteel zoveel zwaar en gevaarlijk vuurwerk in omloop onder particulieren dat 'Nederland deels kan worden weggevaagd'. "Ik maak me gigantische zorgen. Er komen vrachten met bommen van twintig tot dertig centimeter ons land binnen. Die explosieven hebben een kracht van tweehonderd tot driehonderd meter waarbinnen alle ruiten sneuvelen. Ik ga met de jaarwisseling absoluut niet naar buiten, aldus Wagenvoort.”

(Spits, 8 December 1999)


Een ramp zou dus niet geheel uit de lucht komen vallen volgens dhr. Wagenvoort. Een precieze indicatie kan hij niet geven, maar het feit dat zoiets gezegd wordt, geeft al genoeg aan. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee. 


Helaas zijn we nog niet klaar met voorspellingen over rampen in Enschede. De donderdag voor de betreffende zaterdag werd het volgende gesproken in de gemeenteraadsvergadering:


“Ik had de donderdag voor de 13e mei nog met een Twentse commissie rampenbestrijding gesproken. Stel dat er een ramp zou gebeuren, vroegen we ons af, wat moet er dan gebeuren, hoe gaan we daarmee om?”

(onbekende bron: www.tijdvoorwaarheid.nl, 15-11-05)


Dit zorgt ervoor dat bepaalde voorgaande situaties in een ander licht komen te staan. Helemaal omdat we niet weten wie het gezegd heeft. Een anonieme bron die liever bepaalde dingen geheim houdt. Er wordt ook dringend verzocht deze persoon te ontmaskeren, dan wel bekend te maken. Hoe serieus we een dergelijke opmerking moeten nemen, weten we niet. Als deze uitspraak daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, heeft hij zijn uitwerking niet gemist.

Er wordt namelijk nog hevig gezocht naar meer informatie over de commissie rampenbestrijding. Zo gaan er achteraf de volgende vragen rond: 


“Is het zo dat er een brandweeroefening bezig was op het terrein van Thole op 13-05-‘00?

Wie voerde het onderzoeksplan, dat de donderdag voor de ramp werd stilgelegd, inzake rampenplan Enschede uit?

Wie was de opdrachtgever van dit onderzoek?”

(onbekende bron: www.tijdvoorwaarheid.nl, 15-11-05)


Hieruit blijkt dat de rampenbestrijding in Enschede een redelijk actueel onderwerp was voor de ramp. Het was in ieder geval niet iets dat ze onderuit de kast moesten pakken op het moment dat de ramp plaatsvond. 


1.4 13 mei 2005

     1.4.1 ‘Wat gebeurde er op 13 mei?

“Zaterdag 13 mei 2000 is een warme, zonnige lentedag. Rond drie uur ‘s middags ontvangt het Regionaal Meldcentrum van de politie de eerste meldingen van brandjes en vuurwerkknallen in de buurt van de Grolschfabriek aan de Roomweg te Enschede. Om 15.03 uur krijgt ook de Regionale Alarmcentrale van de brandweer een eerste melding van een brand in de Tollensstraat. De eerste politieauto is om 15.04 ter plaatse, om 15.08 uur gevolgd door de eerste brandweerauto en om 15.16 uur stopt de eerste ambulance vlak bij de poort van het bedrijf. Zij zijn niet de enigen die op de brand afkomen, tegelijkertijd hebben vele nieuwsgierigen zich in de Tollensstraat verzameld. Tientallen mensen vergapen zich aan het vuurwerk dat de lucht in gaat vanaf het terrein van SE Fireworks. Niemand is zich van een dreigend gevaar bewust en de aanwezige brandweerlieden wekken de indruk alles redelijk onder controle te hebben. Even voor half vier neemt het ontploffende en rondsuizende vuurwerk zo’n omvang aan dat politie en ambulancepersoneel besluiten om het publiek op afstand te brengen. Het publiek wordt - met de nodige moeite - teruggedrongen en de Tollensstraat wordt met linten afgesloten. Vlak daarna volgt op het bedrijfsterrein om 15.34 uur de eerste explosie van een container (E2) aan de zijkant van het bedrijfsterrein. 42 Seconden later spatten in een fractie van een seconde de zeven garageboxen, meestal aangeduid als MAVO-boxen, met een enorme klap uit elkaar. En nog eens een minuut later vliegen de centrale bewaarplaats en de overige opslagcontainers met een onwaarschijnlijke klap de lucht in. De explosie van de MAVO-boxen heeft als gevolg dat er in de omgeving dakpannen van woningen worden geslagen en ruiten sneuvelen.

De daarop volgende explosie heeft zo’n immense kracht, dat brandend vuurwerk, grote stukken puin en gewapend beton in een straal van honderden meters worden weggeslingerd. Brandend materiaal komt terecht op en in woningen die niet meer beschermd worden door dakpannen en ruiten. Hierdoor ontstaan overal brandjes. De paniek is dan al compleet, iedereen probeert een veilig heenkomen te zoeken. Er daalt een diepzwarte rookwolk over de wijk neer. De explosie heeft tot gevolg dat er uiteindelijk tweeëntwintig mensen om het leven komen, onder wie vier brandweermannen. - Er raken 947 mensen gewond, van wie er 527 worden behandeld in ziekenhuizen. Van de vijf brandweereenheden die op het moment van de explosie aanwezig zijn, sneuvelt al het aanwezige brandweermaterieel. Daarmee is de Enschedese brandweer in één klap bijna geheel uitgeschakeld. De overal opvlammende branden worden in de eerste veertig minuten na de explosie niet bestreden. Het gevolg is dat de vele brandjes in de omgeving van het bedrijf zich uitbreiden tot een grote vuurzee. De explosies en de enorme brand die vervolgens ontstaat, creëren een omvangrijk rampgebied. De chaos is aanvankelijk groot. De verschillende meldkamers hebben problemen bij het alarmeren van mensen. Maar na het horen van de enorme explosies en het zien van de daarop volgende rookontwikkeling komen veel hulpverleners op eigen initiatief in actie.”

(Publieksversie Rapport Commissie Vuurwerkramp,  blz. 10)


Een bron waarin de ramp beschreven wordt. Nu zouden we dit hoofdstuk per direct kunnen beëindigen, maar er zijn wat opvallende zaken waar we rekening mee dienen te houden. Zo dienen we rekening te houden met de exacte escalatie van de brand en de grootte en krachten van de explosie. Om wat meer structuur in de gegevens van de ramp aan te brengen, volgt een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen op die fatale zaterdag.


      1.4.2 De escalatie van de brand

Het volgende betreft de oorzaken en aanleidingen van de branden en van de explosies, zoals dat wordt vermeld in de publieksversie van het rapport van de commissie, die de vuurwerkramp onderzocht. De verschillende plaatsen worden overzichtelijk weergegeven.

 
a: In C2 en C4 ontstaat brand. Door uitgeworpen vuurwerk ontstaat vervolgens ook brand in d e driehoek tussen E2 en E15.
 
 
b: Als gevolg van de brand in de driehoek ontstaat brand in container E2. Deze container springt open en uitgeworpen vuurwerk leidt na ongeveer 42 seconden tot het ontploffen van MAVO-box M7.
 
c: Samen met M7 ontploffen ook de andere MAVO-boxen. 67 seconden later ontploffen C11 en één of meer van de containers E8 tot en met E11. 
 
 
d: Tegelijkertijd met C11 ontploft ook de rest van de inrichting.
 

(Publieksversie Rapport Commissie Vuurwerkramp, blz. 16/17)
     1.4.3 De explosie in cijfers
Om ons onderzoek uit te kunnen voeren, hebben we enkele cijfers en getallen nodig over de grootte van de explosie en de krachten die daarbij vrij kwamen. Hieruit kunnen we waarschijnlijk enkele feiten herleiden, die, als onze theorie klopt, toetsbaar moeten zijn.

Tijd tussen 2 zwaarste   explosies 66 seconden
Geëxplodeerd     vuurwerk 177 Ton
Rookpluim zichtbaar 95 km (vanaf dak knmi); 80 km            (Drachten)
Explosies te horen in Emmen (email fam. Schuiling)

 
 
 
Foto 1 Krater/ verzakking     beton door explosie 13.5 meter breed en 1.85 meter diep, dwars door dik beton
  Brokstukken beton weggeslingerd Tot op 580 meter 
  Snelheid drukgolf 380 meter per seconde1
Foto 2 Omvang "vuurbol" laatste explosie Ca. 135 meter, rond van vorm

 
(Feitenrapportages van de Inspectie voor de Politie, Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding, 
Foto 2: videobeeld G. Poort.)

     1.4.4 Chronologische weergave gebeurtenissen

Melding     
  brand Tollensstraat, motoragent 15.01.46 uur
  eerste burger 15.02.14
  burger : vuurwerkopslag 15.02.23
  alarm brandweer 15.03.57
  1e brandweerauto, 3 man 15.08
  waterkanon werkbunker 15.15
  1e ambulance 15.16
  brand meester (!) 15.27
  begin angstaanjagend geroffel 15.33.27
  steekvlam 15.33.34
  eerst grote explosie 15.34.40 uur
  laatste explosie 15.35.46 uur
  rampenplan 16.50 uur
  oproep brandweer regio 17.05
 

Om wat meer inzage te krijgen in de volgorde waarin alle gebeurtenissen plaatsvonden, volgen de tijden van bepaalde zaken tijdens de ramp. In de hiernaast staande tabel staan de belangrijkste gebeurtenissen (voor ons onderzoek) op een rijtje. Een opvallend feit is dat om 15:27 werd gemeld dat men de brand meester was, 6 minuten later echter begon een angstaanjagend geroffel en kort daarop volgden de explosies. Deze feiten kunnen van belang zijn bij ons onderzoek.
 
 
1.5 Terugblik op de ramp

1.5.1 De gevolgen

De gevolgen van de ramp waren verschrikkelijk. Nadat de brandweer van Enschede geveld was door de immense explosie en de hulptroepen uit de omgeving de vuurzee onder controle hadden, begon men met het tellen van de slachtoffers. Brandweer, politie en ziekenhuizen begonnen, ieder op hun eigen vakgebied, met het opmaken van de balans. De vraag is of de ramp effectief bestreden is. De explosies waren in de ontstane situatie niet meer te bestrijden, maar de gemeente had wel een rampenplan klaarliggen voor het geval zich een ramp van dergelijke omvang voordeed (zie ook hfdst. 1.3).


     1.5.2 Bestrijding van de ramp

Commissie Oosting constateerde het volgende wat de bestrijding van de ramp betreft:


“Elke gemeente moet over een draaiboek beschikken dat zij liever nooit zou willen gebruiken: het rampenplan. Dat plan vormt de basis voor de activiteiten die vooral brandweer, politie, geneeskundige diensten en de gemeente moeten ondernemen om een eventuele ramp en de gevolgen daarvan te bestrijden. De centrale coördinatie komt in handen van een Gemeentelijke Rampenstaf, onder leiding van de burgemeester. Zo staat het in Enschede - ordelijk en overzichtelijk - op papier. De gemeente beschikt over een goed en geactualiseerd rampenplan. Maar een ramp kenmerkt zich juist door chaos. De vraag is of de `orde’ van het rampenplan geholpen heeft om de `chaos’ van de ramp snel de baas te worden. In Enschede is de onmiddellijke rampbestrijding op 13 mei niet in alle opzichten goed verlopen.”

(Publieksversie Rapport Commissie Vuurwerkramp, blz. 29)


Bovenstaande conclusie was voornamelijk te wijten aan de volgende punten: gebrek aan gerichte communicatie, gebrek aan hulpverleners op de juiste plek en aan onnodige ophef over ontploffingsgevaar van de Grolschfabriek.

Uiteindelijk kon de balans worden opgemaakt. De gevolgen waren groots. Omdat dit weinig opheeft met het vervolg van ons onderzoek zullen wij dit niet opnemen in het onderzoek. Na de bestrijding van de ramp, kwamen vervolgens verschillende onderzoeken.


1.6 Conclusie

De benodigde informatie voor ons onderzoek hebben we nu tot onze beschikking. Vooral de feiten over de explosies kunnen wij gebruiken voor ons onderzoek. Deze zult u later in het werkstuk nog wel tegen komen.
 
« Laatste verandering: 11 Februari 2010, 21:42:05 door admin » Gelogd
admin
Don H.
Forumbeheerder
Held
*****
Berichten: 2080



Bekijk profiel
« Antwoord #1 Gepost op: 11 Februari 2010, 21:36:29 »

Zuidhof & Kamp, deel 2)

2. Eerdere onderzoeken


2.1 Inleiding

Het is de bedoeling in dit hoofdstuk weer te geven wat eerdere onderzoeken hebben uitgewezen betreffende de oorzaak of eventuele oorzaken van de explosies. Het is niet de bedoeling elk onderzoek onder de loep te nemen, maar de onderzoeken die in de afgelopen tijd het meest toonaangevend zijn geweest. Onderzoeken of oorzaken die niet erg toonaangevend of bekend zijn, maar naar onze mening wel iets te zeggen hebben en/of plausibel zijn, zullen eveneens worden genoemd. Het gaat hier dus om de vraag wat de oorzaak is van de explosies en niet om de vraag wie er schuldig is aan de ramp en daarvoor eventueel zou moeten boeten, al kan dat wel een gevolg zijn van de onderzoeken. 


2.2 Onduidelijkheid

      2.2.1 Nalatigheid in het benoemen van de oorzaken

Voordat we enkele mogelijke oorzaken noemen voor de explosies uit vorige onderzoeken, moet eerst gezegd worden dat er veel onduidelijk is. We moeten al snel concluderen dat uit veel onderzoeken blijkt dat, nadat is vastgesteld dat er niet met 100% zekerheid te zeggen valt wat tot de explosies heeft geleid, men op zoek gaat naar de schuldige. Men zoekt niet meer naar de oorzaak van de explosies, maar naar de oorzaak van het geheel. Dat wil zeggen dat men een schuldvraag gaat stellen. Vragen als ‘had de gemeente eerder moeten ingrijpen?’, ‘gaven ze te snel vergunningen?’, ‘lag er teveel vuurwerk opgeslagen en is het daarom de schuld van het vuurwerkbedrijf? of ‘heeft de brandweer nalatig gehandeld?’ kunnen worden gesteld. Dit is naar onze mening het gevolg van het feit dat verschillende onderzoeken leiden naar verschillende oorzaken. Wat hierna in dit hoofdstuk ook zal blijken is het feit dat in onderzoeksrapporten vooral wordt gemeld, wat níet de oorzaken zijn geweest.

 
2.2.2 Verschillende onderzoeken, verschillende oorzaken

Vrijwel direct na de ramp was iedereen het er over eens dat de slachtoffers recht hadden op één bevredigende verklaring voor wat hen overkomen was. Er moest één onderzoek komen onder leiding van een ervaren deskundige op dit gebied die het zou durven ook de overheid, als dat nodig was, een tik op de vingers te geven. Dit onderzoek uitgevoerd door de Commissie-Oosting, zou het enige onderzoek moeten zijn, naast het onvermijdelijke strafrechtelijke onderzoek van het openbaar ministerie. Deze eenduidige verklaring kwam er niet. In de eerste plaats doordat de media niet wilde wachten totdat de commissie haar werk had gedaan. Zodoende kwamen er allerlei onafhankelijke onderzoekjes, waardoor een eenduidige verklaring al niet meer haalbaar was. Ten tweede doordat de overheden, die nota bene daarvoor een commissie hadden aangesteld, toch eigen onderzoek wilden of moesten verrichten. Zo nodigde Enschede het commerciële onderzoeksbureau COT uit om archiefonderzoek te doen naar het dossier-Fireworks. Acht rijksinspecties, die direct of indirect betrokken zijn geweest bij verschillende fasen van de ramp, zijn wettelijk verplicht dergelijke gebeurtenissen te onderzoeken. Ook de slachtoffers zelf lieten onderzoek doen naar de oorzaak van de ramp.

(NRC Handelsblad, 15-01-2005)
 
 
 
2.3 De commissie-Oosting

     2.3.1 Over de commissie 
Van alle onderzoeken die gedaan zijn naar de vuurwerkramp in Enschede is die van de Commissie Oosting de omvangrijkste. Dit zal mede het gevolg zijn geweest van het feit dat de overheid opdracht gaf tot het onderzoek en het daarom ook financierde. De commissie werd op 26 mei, 13 dagen na de ramp ingesteld en kwam ruim 9 maanden later met een eindrapport. Een opmerking die veel gehoord wordt  omtrent het rapport van de commissie is, dat de commissie in haar rapport vooral allerlei geruchten ontzenuwt over het ontstaan van de vuurwerkramp, maar zelf niet met een verklaring komt. 


     2.3.2 Inhoud van het rapport

De commissie lijkt in het rapport het feit, dat de beginnende branden niet zijn geblust, belangrijker te vinden, dan de vraag waardoor de explosies plaatsvonden. Tevens wordt er in het rapport niet van uit gegaan dat er andere stoffen in het spel zijn geweest dan vuurwerk. De Commissie Oosting maakt harde verwijten aan het adres van S.E. Fireworks over de hoeveelheid opgeslagen vuurwerk. Van het opgeslagen vuurwerk bij SE Fireworks was 90% zwaarder dan waarvoor een vergunning was verleend. Het bedrijf had een vergunning voor vuurwerk van overwegend klasse 1.4, minder gevaarlijk vuurwerk. Maar er lag slechts 9 procent van dit soort vuurwerk. 87% was namelijk van klasse 1.3, en 1% zelfs van de zwaarste klasse 1.1 (massa-explosief). Dat verklaart volgens hen de kracht van de explosie. Wat voor ons onderzoek in het rapport interessant is, is dat in het rapport wordt gesteld dat water en het vaak in vuurwerk aanwezige magnesium elkaar ‘slecht verdragen’. Desondanks heeft nader onderzoek hiernaar niets uitgewezen.

(rapport commissie-Oosting, 2001)

 
2.4 Openbaar Ministerie

     2.4.1 Uitsluitsels

Het openbaar ministerie begon kort na de ramp een zaak die zich toespitste op twee zaken. De vraag of de brand was aangestoken en de vraag of S.E. Fireworks aansprakelijk kon worden gesteld voor de ramp. Voor ons werkstuk, is uit dat onderzoek, interessant dat bepaalde mogelijkheden worden uitgesloten. Zo staat in een rapport een bericht met de volgende strekking.
Om een beeld te krijgen wat er die bewuste zaterdag allemaal was gebeurd is er contact geweest met de hulpverleners die onmiddellijk na de explosies aanwezig waren. In totaal zijn honderden verklaringen opgenomen van deze mensen. In een periode van ongeveer een half jaar, tot half december 2000, is nog contact geweest met ongeveer 2000 slachtoffers. Er is continu aan gewerkt door meerdere onderzoekers en rechercheurs. “Zo hebben we bijvoorbeeld moerasgas of bommen uit de Tweede Wereldoorlog kunnen schrappen als redenen voor de explosies. Er zijn veel geruchten geweest over militaire voertuigen op het bedrijfsterrein en in de straat. Ook deze voertuigen kunnen niet in verband worden gebracht met het ontstaan van de ramp.” Het OM gaat ervan uit dat de verwoestende explosie door evenementenvuurwerk is veroorzaakt, maar laat in het midden door welk materiaal.

(rapport OM, 2001)


2.5 MSNP in opdracht van Belangenvereniging slachtoffers vuurwerkramp Enschede (BSVE)
Ook het MSNP, dat als betrouwbaar bekend staat, komt met een verklaring voor de explosies. In tegenstelling tot het rapport van de Commissie-Oosting heeft dit bureau zich niet uitvoerig bezig gehouden met de schuldvraag. De onderzoekers van MSNP zijn er niet in geslaagd de oorzaak te achterhalen van de inleidende brand, die mogelijk al zo'n twintig minuten aan de gang was toen de brandweer arriveerde.

Het 'eerste vlammetje' staat volgens onderzoeker ir. B. Van den Heuvel bestuurlijk en strafrechtelijk ook los van de massa-explosie. Een eventuele brandstichter is nog niet verantwoordelijk voor de catastrofale gevolgen. Die zijn te wijten aan nalatigheid van de overheid en slordigheid van de directeuren.


“De fatale explosie in Enschede is veroorzaakt door goedgekeurd vuurwerk dat wit kruit of ‘flash powder’ bevatte. Het vuurwerk, de zogenaamde ‘salutes’, is door brand verhit en met grote kracht ontploft. Daardoor ontstond een schokgolf die het overige vuurwerk meenam in een massa-explosie en een groot deel van de omliggende woonwijk verwoestte. Tot die reconstructie komt onderzoeksbureau MSNP, dat werkte in opdracht van de Belangenvereniging slachtoffers vuurwerkramp Enschede (BSVE).

Het onderzoek in opdracht van de BSVE is mede bedoeld om de slachtoffers houvast te bieden. ,,Hoe scherper het beeld, hoe minder spookverhalen. Met de waarheid kun je leven'', zegt voorzitter A. Vasse. De onderzoekers van de belangenvereniging concluderen na analyse van gedigitaliseerd beeldmateriaal en literatuuronderzoek dat flash powder de boosdoener moet zijn geweest. ,,Dat materiaal had er niet zo horen te liggen. Het ging pas mis toen het die sterke schokgolf veroorzaakte'', zei onderzoeker ir. B. van den Heuvel gisteren in Enschede tegen de pers.”         
              (Trouw, 2000-11-17)

We bekritiseren de uitkomst van dit onderzoek niet, maar men kan zich in ieder geval de vraag stellen of de slachtoffers nu echt veel wijzer zijn geworden van dit onderzoek. Het is mooi te zien dat dit onderzoek het rapport van de   
Commissie-Oosting in grote lijnen aanvult. Waar Oosting zich vooral bezighoudt met de schuldvraag, gaat MSNP in op de oorzaken van de explosies. Dit zal te maken hebben met de wensen van de slachtoffers. De belangenvereniging wil zich op de vlakte houden betreffende de schuldvraag om de strafzaak niet te schaden.

2.6 Koolstoftheorie
 2.6.1 Over Kappl en zijn theorie
Deze theorie werd in mei 2005 gepresenteerd door de Oostenrijkse onderzoeker dr. A. Kappl. Kappl is wetenschapper en doceert in Oostenrijk. Hij behandelt onder meer springstoffen en explosies. Hij deed, op verzoek van een aantal verontruste inwoners van Enschede, drie jaar onderzoek naar de oorzaak van de vuurwerkramp. Hij beweert dat het verpakkingsmateriaal dat om het vuurwerk zat van SE Fireworks mede de oorzaak is van de enorme omvang van de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000. Een grote hoeveelheid verpakkingspapier werd door de vuurzee omgezet in koolstof. Dit had een enorme koolstofexplosie tot gevolg. Hij heeft eerst bestudeerd hoeveel massa vuurwerk er bij SE Fireworks lag opgeslagen. "Ik kwam tot de conclusie dat de explosies zo krachtig waren dat er meer voor nodig was dan uitsluitend de hoeveelheid vuurwerk. Met name bij de tweede grote explosie is goed te zien dat er veel stof en onverbrand materiaal in de lucht hing. Dit was afkomstig van verpakkingspapier'', stelt de Oostenrijker. Hij schat dat de koolstofexplosie tot ongeveer 20 procent verantwoordelijk kan zijn voor de enorme kracht van met name de tweede explosie op het terrein van de vuurwerkfabriek. 


     2.6.2 Reactie
Doordat deze theorie pas jaren na de ramp werd gepresenteerd, laaide de discussie over de oorzaak van de ramp weer op. Er werden kamervragen gesteld aan minister Remkes van binnenlandse zaken. Zijn reactie op het rapport luidt als volgt:
 
”De heer Kappl geeft in zijn rapport niet aan waarop hij de conclusie baseert dat de luchtdrukeffecten niet alleen door het explosief materiaal in het vuurwerk kunnen worden verklaard. 
Hij berekent dat bij de laatste (grote)explosie in Enschede ca 14.000 kg netto vuurwerk heeft gereageerd. Met de door hem aangegeven TNT-equivalentie van 0,3 zou dat een effect hebben vergelijkbaar met ca 4000 kg TNT. Dit komt overeen met de eerdere conclusie van het NFI en TNO met betrekking tot de bij deze laatste explosie betrokken hoeveelheid ontplofbare stof. Die conclusie is gebaseerd op de waargenomen schade op het terrein van SE-Fireworks en in de omgeving. Gezien de beschikbare videobeelden van 13 mei 2000 en de tijdens het onderzoek ter plaatse geconstateerde (schade)effecten is indertijd ook geconstateerd dat er geen aanwijzingen zijn dat er een significante gas- of stofexplosie (onder meer ten gevolge van verkoold verpakkingsmateriaal) heeft plaatsgevonden.”   
   (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2005)

2.7 Waterstoftheorie.
Deze theorie kan in dit hoofdstuk niet ontbreken. We gaan er in dit hoofdstuk echter niet diep op in, omdat deze theorie, waarvan ons profielwerkstuk hoofdzakelijk afhangt, later zal worden uitgelegd. We geven nu een citaat:
 
”December 2004 vraagt de gemeenteraad in Enschede zich af - gevoed door een oud-brandweerman uit Diemen - of de explosies bij S.E. Fireworks zijn versterkt doordat de brandweer met water bluste. Magnesium, aanwezig in vuurwerk, reageert explosief als het in aanraking komt met water. Wetenschappers van TNO en NFI - belangrijke bronnen voor Oosting - wijzen dat als een fabel af. In het vuurwerk zitten te weinig 'metalen'.”
             (http://www.vuurwerkopslagvanslag.nl/)

2.8 Overige onderzoeken en noemenswaardige theorieën
 2.8.1 Gasleidingentheorie
Fred Vos - als marinier opgeleid tot explosievenexpert - komt begin 2003 met een gasleidingen-theorie. Volgens hem is de ramp niet alleen door vuurwerk ontstaan. Hij meent dat het drama het gevolg is van een combinatie van een gaslek met vuurwerk. Hij stelt ook dat de brand een uur eerder moet zijn ontstaan en niet in de werkbunker van S.E.Fireworks maar in de stookruimte (met cv-ketel) van Fireworks. Vos vond op het terrein een gasleiding waarin gaatjes zaten. Volgens justitie zit Vos er met zijn theorie naast; het Gerechtshof in Arnhem hecht er geen waarde aan.

     2.8.2 Schokgolftheorie
De Koninklijke Militaire Academie (KMA) openbaart in juli 2004 een schokgolf-theorie. Bij het onderzoek is ook het Enschedese bureau MSNP betrokken. Zij tonen met veldexperimenten aan dat een schokgolf vuurwerk kan laten ontbranden. Zij stellen dat het heel goed mogelijk is dat twee kleinere ontploffingen in containers met vuurwerk de grote explosies hebben aangejaagd. Verder zou de hele wijk hebben kunnen afbranden, doordat een bepaald soort vuurwerk door de explosies in de omgeving werd verspreid.
               (http://www.vuurwerkopslagvanslag.nl)

     2.8.3 Explosieventheorie
Naast deze toonaangevende theorieën is er nog een ander, redelijk plausibele verklaring voor de ramp. In Oktober 2005 verscheen opeens een bericht in de Metro over eventuele mijnen in Enschede. In het krantenartikel wordt gemeld dat twee militaire experts, kort na de ramp, op het terrein ontstekingen hadden gevonden van landmijnen. Nadat zij dit hadden gemeld aan hun superieuren werden ze meteen weggestuurd met de plicht hun mond hierover te houden. In de weken na de ramp zijn ze enkele malen met de dood bedreigt, zo meld het bericht. Onderzoeksjournalist Nijeboer schreef dit destijds in de Nieuwe Revu. De vuurwerkbranche heeft zelf altijd gezegd dat een dergelijke ramp nooit heeft kunnen plaatsvinden door de kracht van vuurwerk alleen. Echter, een proef om dit te bewijzen werd altijd verboden door het ministerie van VROM, zo meldt voorzitter van de branche G. Wagenvoort. 
         (Metro, 18-10-2005)

2.9 Conclusie
Door al deze theorieën zijn de wetenschappers verschillende meningen toebedeeld en heeft men nog steeds geen waterdichte verklaring kunnen vinden hoe het vuurwerk zich in verschillende omstandigheden gedraagt. Er is dus nog steeds veel onduidelijkheid.

Gelogd
admin
Don H.
Forumbeheerder
Held
*****
Berichten: 2080



Bekijk profiel
« Antwoord #2 Gepost op: 11 Februari 2010, 21:37:38 »

Zuidhof & Kamp, deel 3)

3. Waarom de waterstoftheorie?

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk gaan we dieper op de theorie in. Hetgeen waarvan wij verwachten dat het de oorzaak is, brengt een bepaalde theorie met zich mee. Wij zullen uitleggen:

     - Waarom wij deze theorie zijn gaan uitwerken,

     - Hoe wij aan deze theorie komen,

     - Waarom deze theorie goed mogelijk zou kunnen wezen

     - Wat voor consequenties dat heeft voor het vervolg van ons onderzoek.


3.2 Het ontstaan van onze theorie.

Het kiezen van een onderwerp voor ons PWS heeft ons tot deze theorie gebracht. Wij zochten naar een onderwerp voor ons PWS. Dit leidde tot ‘iets met vuurwerk’.

Na veel mogelijke onderwerpen voorbij te hebben zien gaan, namen wij het initiatief om in contact te komen met een vuurwerkbedrijf. Hieruit volgde het volgende emailcontact: 


“…We hadden al wat onderzoeksvragen, alleen daar was weinig aan te onderzoeken omdat het allemaal al onderzocht was en de resultaten allemaal vrij bekend waren. Daarom kloppen we nu bij jullie aan. Wij zijn op zoek naar een relevante kwestie in de vuurwerkwereld. Iets wat problemen met zich mee brengt en dat nog opgelost moet worden; 'een probleem in de vuurwerkwereld…”

(Emailcontact aan Vuurwerkbranche, 24-06-2005)


“…Ik heb een zeer relevant onderwerp uit de vuurwerkwereld om te onderzoeken. Dit moet echter zeer discreet behandeld worden. Ik verzoek u dan ook telefonisch contact met ons op te nemen om eventueel een afspraak met mij te maken. Uw reactie zien wij met belangstelling tegemoet…”

(Emailcontact van Vuurwerkbranche, 30-jul-2005)


Zo hadden we een onderwerp, waarvan we nog niets wisten. Theo nam het stokje over en zorgde voor een eerste afspraak. Door telefonisch contact was Theo erachter gekomen dat dit onderwerp te maken zou hebben met de vuurwerkramp in Enschede in combinatie met waterstofexplosies. Daarom lazen we ons in betreffende dit onderwerp, want 12 oktober zouden we onze eerste afspraak met dhr. Wagenvoort hebben. Hier zal ons worden uitgelegd wat wij, al dan niet, op onze schouders zullen nemen.


3.3 Naar Wapenveld

     3.3.1 Bezoek Wagenvoort

Het was maandag 12 oktober in het jaar 2005, onze eerste PWS dag. We werden verwacht in Wapenveld. Vanuit Zwolle vetrokken we met de bus richting Wapenveld en daar aangekomen werden we opgehaald door dhr. Wagenvoort zelf. Bij het vuurwerkbedrijf aangekomen, hadden we de gelegenheid dhr. Wagenvoort enkele vragen te stellen. Wij waren vooral geïnteresseerd in de theorie. 


     3.3.2 Herkomst waterstoftheorie

De vraag is nu alleen of er magnesium aanwezig was ten tijde van de vuurwerkramp. Want water was er in overvloed (door het blussen van de eerste brand). Dhr. Wagenvoort vertelde ons dat men er niet om heen kan draaien dat er magnesium aanwezig is in een vuurwerkbedrijf. Hij maakte zelf het volgende mee:


“…Omdat wij ook wel eens op feestjes vuurwerk verzorgen, kwam het ons voor dat wij een bepaalde hoeveelheid vuurwerk leverden aan een afscheidsfeest. Na het betreffende feest werden wij benaderd met het volgende bericht: Beste mijnheer Wagenvoort, is er een mogelijkheid tot het declareren van een bedrag vanwege het ontstaan van schade door uw vuurwerk? Kort gezegd: bent u verzekerd? Ik dacht: was is dit voor grap, vuurwerk van mij dat ergens schade aan toe zou moeten brengen? Wat is er gebeurd dan? Nou, het bleek dat een ijsfontein, toen deze werd aangestoken in een dergelijke mate ontplofte dat deze dwars door het dak zou zijn gevlogen. Dat zou natuurlijk best kunnen, maar niet door mijn ijsfonteinen. Dus ik vertelde hun dat ze zelf iets fout moesten hebben gedaan.


Nu was er niets aan de hand geweest als ik kort daarop niet het volgende bericht zou hebben gekregen: Beste mijnheer Wagenvoort, is er een mogelijkheid tot het declareren van een bedrag vanwege het ontstaan van schade door uw vuurwerk? Kort gezegd: bent u verzekerd? Tijdens een trouwerij was er weer een dergelijke ijsfontein ontploft. Deze was op zijn kop in een watermeloen gezet en aangestoken. De hele meloen vloog in duizenden stukjes door het gebouw heen. Vooral de ‘groen/rode’ bruid was er niet echt blij mee (grimas op het gezicht zichtbaar). 


Toch begon het wat aan me te knagen. Iets klopte er niet met die ijsfonteinen. In enkele gesprekken kwamen wij tot de volgende conclusie: die dingen kunnen als ze verkeerd gebruikt worden, wel eens ernstige gevolgen hebben. Na wat onderzoek naar ijsfonteinen te hebben gedaan, bleek dat er magnesium in zat. Dit in combinatie met water en vuur kon zorgen voor grote explosies…”

      (Gesprek Wagenvoort op 12-10-2005, genoteerd door Wouter)


Op deze wijze is de waterstoftheorie dus ontstaan. De vraag die ons restte was: ‘Klopt het ook?’ Was er sprake van een waterstofexplosie tijdens de vuurwerkramp? Was de vuurwerkramp een waterstoframp? Voordat we zoiets kunnen concluderen willen we eerst informatie inwinnen over waterstofexplosies.


     3.3.3 Vertrek Wagenvoort

Voordat we weg gingen bij dhr Wagenvoort kregen we eerst enkele waterfonteinen mee om onderzoek naar te kunnen doen. We gingen naar de loodsen waar het vuurwerk was opgeslagen en kregen daar enkele benodigdheden mee, om er een verantwoordelijke explosie van te maken. Na nog enkele andere verhalen aan te horen, over de kritiek op de regering en de aanpassing van veiligheidseisen na de vuurwerkramp, besloten we dit onderzoek te verzorgen.


     3.3.4 De busreis terug

Nu wij zonder dhr. Wagenvoort naar huis reden, kwamen we tot de conclusie dat we zelf moesten proberen objectief te blijven. Er zouden geen voordelen aan het onderzoek zitten voor de vuurwerkbranche, volgens de heer Wagenvoort zelf. Behalve dan dat de oorzaak van de vuurwerkramp bekend was. Toch moesten we oppassen niet voor iemands karretje gespannen te worden. We besloten op school navraag te doen naar mogelijke experimenten, die we konden uitvoeren. Eigenlijk zaten we een beetje met het volgende punt: ‘hoeveel magnesium was er aanwezig tijdens de vuurwerkramp?’ Dit zouden we nooit kunnen achterhalen. Toch gingen we op zoek naar mogelijkheden om aan te tonen dat er sprake was van een waterstof explosie. Naast het praktische werk dat we zouden gaan verrichten was het nodig meer informatie te vinden over waterstofexplosies


3.4 Waarom deze waterstoftheorie

Waarom zou deze nu de oplossing zijn tot de oorzaak van de vuurwerkramp? We geven in het vervolg een aantal argumenten voor onze theorie.


     3.4.1 Uitleg waterstoftheorie

Dhr. Wagenvoort legde ons het volgende uit. Water kan reageren met magnesium. Na later onderzoek hebben we ontdekt dat de reactie als volgt verloopt: 


      Oxidator:  2 H2O (l)  + 2 e- ó 2 OH- (aq) + H2 (g)

      Reductor:  Mg (s) ó Mg2+ (aq) + 2 e-

     RV:   Mg (s) + 2 H2O (l) <=> Mg2+ (aq) + 2 OH- (aq) + H2 (g)


Niet alleen magnesium maar ook andere stoffen reageren met water. Voor ons is, naast magnesium, tevens de stof aluminium van belang en daarom hebben we ook hier de reactievergelijking van opgeschreven. 


      Oxidator:  2 H2O (l) + 2 e- ó 2 OH- (aq) + H2 (g)

      Reductor:  Al (s) ó Al3+ (aq) + 3 e-

     RV:   2 Al (s) + 6 H2O (l) <=> 2 Al3+ (aq) + 6 OH- (aq) + 3H2 (g)


Wat een opvallend verschil is, is dat er hier 1.5 keer zoveel mol waterstof ontstaat als het aantal aanwezige mol aluminium. Ook de stof titanium kan waterstof aanmaken als het reageert met water. Deze stof zit ook in ijsfonteinen. Magnesium en aluminium reageren,  zoals zichtbaar was, tot waterstof. Ditzelfde ontstane waterstof kan samen met zuurstof water vormen, H2O. Hierbij komt veel energie vrij. Daarom is een mengsel van waterstof en lucht dat, ook wel bekend staat als knalgas, explosief.


     3.4.2 Ontstaan van waterstofexplosie bij de ramp

Er vanuit gaande dat er een grote hoeveelheid magnesium dan wel aluminium  aanwezig was in de opslagplaatsen van het vuurwerkbedrijf SE Fireworks, is het onvermijdelijk dat er waterstof is ontstaan. Dit vanwege de reactie die optreed met water. Er is geblust met water, zo blijkt. Dus er moet wel (met onze eerdergenoemde aanname) waterstof zijn ontstaan. Dit is ook goed mogelijk omdat men vertelde dat de brand onder controle was (15:27, 13/05/2005). De overvloed aan water zorgt voor een reactie tot waterstof op het moment dat het vuur weg is. We gaan er dus van uit dat het waterstof niet is ontstaan tijdens het branden van de ijsfonteinen, maar op het moment dat deze geblust zijn. De hitte die aanwezig is van het eerder gebluste vuur zorgt voor idealere omstandigheden. Wij gaan er dan van uit dat het waterstof ontstaan is in bunkers C2 en C4. Ondertussen is er nog een brand ontstaan in de andere hoek van de vuurwerkopslagplaats. Daar is geen sprake van waterstof, dus ook geen explosiegevaar. Op het moment dat waterstof reageert met zuurstof, verhouding 2:1, en onder de omstandigheden van de ontstekingstemperatuur, dan ontstaat er water. Waterstof is aangemaakt in de bunkers C2 en C4. zuurstof is er in overvloed (open lucht) en de ontstekingstemperatuur hoeft alleen maar een klein vonkje te zijn geweest. 


     3.4.3 Zichtbaarheid waterstof bij de ramp

Vervolgens ontstaat er een enorme explosie. Hoe groot deze kunnen worden bij waterstofexplosies proberen we te achterhalen in het praktische gedeelte van ons PWS. Toch zijn er al feiten bekend, waaruit blijkt dat er sprake van een waterstofexplosie kan zijn. Is het immers niet zo dat als waterstof reageert met zuurstof in de verhouding 2:1, er water ontstaat? En is het niet zo dat water verdampt bij een temperatuur boven de 100 graden? Zie hier de verschijnselen van verdampt water:


“Waterdamp is een aerosol van water. Dit betekent een fijne verdeling van minuscule waterdruppeltjes in de lucht. Mist en wolken zijn hier een voorbeeld van. Waterdamp kan ook beschouwd worden als een oplossing van water in oplosmiddel lucht.”

http://nl.wikipedia.org/wiki/Waterdamp


Na een studie naar enkele foto’s van de explosie, kwamen we tot de volgende ontdekking:   


Wat we zien is als eerste een gigantische witte rookpluim. Daarnaast zien we in het klein nog wat grijze rook opkomen. Dat betekent dat er 2 soorten explosies waren. 


   
Eén brand met een stof waar roet bij vrijkomt. Iets dat de rook zwart maakt. Als dit voor de explosie zorgde dan moest het grootste gedeelte van de rook hartstikke zwart/grijs zijn.
 
   
Daarnaast nog een explosie van een stof die het grootste gedeelte van de rookpluim, en dus ook het grootste gedeelte van de  explosie voor zijn rekening nam. In dit geval is dit wit. Wat we willen zeggen is u misschien allang duidelijk: een waterstofexplosie zorgt niet voor roet, maar enkel voor water in de vorm van ‘minuscule waterdruppeltjes in de lucht’. Dit heeft veel weg van een wolk.
En dat is hetgeen we zien op de foto’s van de rookwolken. We zien duidelijk een witte rookpluim. Dat betekent dat er een explosie moest zijn geweest waarbij waterdamp gevormd werd. En dus geen roet, zoals bij koolstofexplosies gebeurd. Het roet dat is vrijgekomen, is herleidbaar naar de kleinere branden en explosies van vuurwerk. Wij kunnen niet ontkennen dat er vervolgens enorm veel zwarte rook ontstaan is. Toch kunnen wij melden dat de witte rook door de explosies zijn ontstaan, omdat die er als eerste waren. Dat houdt in, dat als er eerst zwarte rook was geweest, dit niet ‘overklast’ kan worden door de witte, maar witte rook kan wel ‘verdwijnen’ in de zwarte.


Daarnaast valt er ons nog iets op. Op het moment dat de we foto’s van de explosie bekijken, zien we daar het volgende. Het middelpunt van de explosie bevind zich boven de grond. Dat wil zeggen dat we te maken hebben met een explosie van iets dat zich in de lucht begeeft en daar ontploft. De kans op een gas explosie is dus erg groot. Alleen een stof/gas dat lichter is dan zuurstof kan op die plek ontploft zijn. Waterstofgas is zo’n gas. Dit wijst er nogmaals op dat een waterstofexplosie nog niet eens zo’n gekke gedachte is. 


3.5 IJsfonteinen

De vraag is of er daadwerkelijk ijsfonteinen aanwezig waren tijdens de vuurwerkramp, in de betreffende gebluste bunkers. Wij hebben van een anonieme bron vernomen dat er 350 kilo ijsfonteinen in de bunker lag opgeslagen waar de brand is begonnen, in de bunker ernaast lag nog eens 1700 kilo. Het aluminium dat aanwezig is in deze ijsfonteinen is dus in staat om te reageren met water. Er blijkt dat dit ook gebeurd is. In het MSDS (zelfde anonieme bron) wordt aangegeven dat een ijsfontein geen buskruit bevat maar nitrocellulose. In het geval van ijsfonteinen is  9/40ste deel van een ijsfontein nitrocellulose. Als we dit in verband brengen met een artikel in het NRC vallen ons verschillende dingen op. In het NRC staat hier het volgende over:

Nitrocellulose gevonden na ramp
ROTTERDAM, 27 JULI. In de resten van de ontplofte Enschedese vuurwerkopslag S.E. Fireworks zijn belangrijke hoeveelheden nitrocellulose aangetroffen. Dat beweren bronnen die in contact staan met TNO onderzoekers die de vuurwerkramp analyseren. Nitrocellulose is een springstof die veel wordt gebruikt voor munitie. Ook sportschutters die zelf hun geweerpatronen maken, gebruiken daar meestal nitrocellulose voor. TNO weigert op de suggestie te reageren. 


Nitrocellulose is geen onbekende stof in de vuurwerkbranche. Speciale attracties zoals 'ijsfonteinen'en 'flame projectors' zijn op kleine hoeveelheden van die verbinding aangewezen. Het voordeel van nitrocellulose (cellulosenitraat, ook wel rookloos kruit of schietkatoen genoemd) is dat het weinig rook vormt en dus voor indoor- vuurwerk is te gebruiken.

(NRC, 27-07-2000)


De kans dat het hier om een ontploffing gaat die in verband is te brengen met de ijsfonteinen is dus erg groot. Daarnaast is er nog een opvallend stukje in hetzelfde artikel: 


‘Van belang is dat de Enschedese vuurwerkhandelaar Klaas Haarman kort na de ramp verklaarde dat ook SEF zelf zijn fonteinen maakte. Al eerder was op internet beweerd dat SEF grote hoeveelheden los kruit bezat’

(NRC, 27-07-2000)


Omdat wij niet kunnen zeggen hoeveel extra kilo er aan los kruit opgeslagen was kunnen wij niks concreets gebruiken om in onze berekening te vermelden. Wij kunnen er alleen rekening mee houden en zeggen dat de er meer gereageerd heeft dan de ijsfonteinen alleen. U kunt een MSDS (verklaring inhoud ijsfontein) vinden in de bijlage (bijlage 3.1).


 
3.6 De explosie

Tot in welke mate kan er dan een explosie komen? Met 2050 kilo ijsfonteinen hebben we 2050000 gram aan ijsfonteinen. Volgens het MSDS (de ingrediëntenlijst van vuurwerk) weegt een ijsfontein ongeveer 16 gram. Dat betekent dat er ongeveer 128125 ijsfonteinen aanwezig waren. Dit heeft weinig waarde voor het vervolg. Wat nuttiger is, is dat 4 gram per ijsfontein uit het brandbare mengsel bestaat.

Hiervan is 2% aluminium. 6% is titanium, maar hier laten we geen berekeningen over los omdat we het niet als zodanig onderzocht hebben. 


128125*4*0.02= aantal gram aluminium =10250 gram 


10250/ molecuulmassa = aantal Mol aluminium = 10250/26.98 = 379.911045 Mol Al.


Zoals we hebben kunnen zien ontstaat per mol aluminium 1.5 keer zoveel waterstof.

Dat komt overeen met 379.911045*1.5 = maximaal 569.8665678 H2

Dit reageert met de helft aan het aantal mol O2 tot nog eens 569.8665678 Mol water.


Zoals gezegd gaat dit gepaard met een enorme uitstoot aan energie. Per mol water komt er 115.7 Kcal vrij.


     569.8665678 * 115.7 = 65933.561 Kcal 


Hieronder een grafiek waarin het aantal mol H2O wordt uitgezet bij het aantal vrijkomende Kilocalorieën. Dit loopt op tot het meest haalbare aantal mol water dat afkomstig is uit de ijsfonteinen. Het losse kruit is hier niet in meegerekend.  U moet er dus vanuit gaan dat er alleen maar meer heeft kunnen reageren, dan wij hier stellen.


Helaas zijn wij met onze geringe kennis niet in staat om in te schatten wat de grootte van de explosie hierdoor is. Toch kunnen wij met zekerheid zeggen dat het een groot deel van de explosie voor zijn rekening moet hebben genomen. We gaan hier uit van een volledige 100% reactie. Dit is niet realistisch en dus daarom zal het maximum van het aantal vrijgekomen Kilocalorieën niet het bovengenoemde aantal zijn. We hebben het hier alleen over de stof aluminium die aanwezig was in de ijsfonteinen (als we het losse kruit en het titanium erbij nemen is de kans groot dat we dit maximum overschrijden). Hoeveel dat wel niet is kunnen we niet zeggen, want zoals gezegd zijn we daar niet voldoende voor onderlegt.


3.7 Conclusie

Het volgende kunnen we concluderen uit hoofdstuk 3. In min of meerdere mate heeft een waterstofexplosie deel uitgemaakt van de explosie in Enschede. Hoe groot dit aandeel is in procenten, kunnen we niet zeggen. Maar dat het een groot aandeel heeft, mogen we als vaststaand aannemen.
Gelogd
admin
Don H.
Forumbeheerder
Held
*****
Berichten: 2080



Bekijk profiel
« Antwoord #3 Gepost op: 11 Februari 2010, 21:38:53 »

Zuidhof & Kamp, deel 4)

4. Eigen onderzoek

 
4.1 Inleiding

De theorie, zoals die is uitgewerkt in het vorige hoofdstuk, wilden we proefondervindelijk onderbouwen. Daarom wilden we antwoord op een aantal vragen. In dit hoofdstuk volgen beschrijvingen van de verschillende proeven en de resultaten daarvan.
Ons onderzoek spitste zich toe op de vraag of magnesium en aluminium bij warmere omstandigheden nu daadwerkelijk met water beginnen te reageren, ervan uitgaande dat beide stoffen niet of nauwelijks met water reageren onder normale omstandigheden. Hetzelfde deden we met het mengsel uit een ijsfontein, waarvan een grote hoeveelheid aanwezig was in Enschede. Hiervan wilden we tevens weten of het reageert met water en of er waterstof ontstaat. Daarnaast wilden we onderzoeken hoeveel waterstof er ontstaat per mol magnesium, zodat we een schatting zouden kunnen maken over de hoeveelheid waterstof die in Enschede aanwezig kan zijn geweest. Ook in dit hoofdstuk zal nog de nodige theorie naar voren komen, ook al gaat het om proeven.


4.2 Onderzoeksopbouw

Allereerst moet gemeld worden dat elke proef, zoals hieronder zal worden beschreven, meerdere malen is uitgevoerd.
In de inleiding is al weergegeven wat het doel is van onze proeven. In deze paragraaf volgt een beschrijving van de manier waarmee wij onze vragen hopen te beantwoorden.

Aangezien magnesium en aluminium onder normale omstandigheden moeilijk reageeren met water, is het handig om deze complexe reacties te vereenvoudigen tot  reacties, die makkelijker tot stand te brengen zijn. Nu is het zo dat calcium dezelfde reactievergelijking heeft, wanneer dat reageert met water, als magnesium.

De reactievergelijkingen luiden als volgt:


Mg (s) + 2 H2O (l) => Mg2+ (aq) + 2 OH- (aq) + H2 (g)
Ca (s) + 2 H2O (l) => Ca2+  (aq) + 2 OH- (aq) + H2 (g)


Zoals u kunt zien reageren magnesium en calcium in dezelfde hoeveelheden met water. Dit houdt echter niet in dat ze dit hetzelfde doen onder normale omstandigheden: dat wil zeggen: reageren bij kamertemperatuur en de ‘gewone’ dagelijkse luchtdruk. De reactievergelijkingen geven aan, dat calcium en magnesium in gelijke mate reageren met water, wanneer zij elk onder hun eigen ideale omstandigheid reageren met water.

 
Nu is het bekend dat calcium bij deze omstandigheden goed reageert en magnesium niet of nauwelijks. Stel nu dat we bij onze proeven geen situatie weten te creëren dat magnesium reageert met water, dan zouden we calcium als ‘graadmeter’ kunnen gebruiken.


Daarmee doelen we op het volgende. Stel nu eens dat het magnesium bij een warmere temperatuur reageert – denk aan temperaturen boven de 100°C -, dan is het voor ons lastig deze proeven goed uit te voren. Het is slechts een kleine denkstap, wanneer je doordenkt richting de vuurwerkramp in Enschede. De bunkers waarin de betreffende ijsfonteinen lagen, stonden in brand en waren geblust met water (Zie ook bladzijde 7). De omstandigheden voor een reactie met water zouden op dat moment veel ‘idealer’ zijn voor magnesium en aluminium. Deze situatie, samen met de eerder genoemde feiten, wijzen dusdanig nadrukkelijk richting de waterstoftheorie, dat wij menen dat dit daadwerkelijk de oorzaak geweest kan zijn.

 
4.3 Beschrijving proef met calcium

     4.3.1 Proefopzet
In deze paragraaf volgt de opzet van de proef met calcium. Om aan te tonen dat er, tijdens de reactie met water, daadwerkelijk waterstof ontstaat, hebben we twee zekerheden ingebouwd. 
In de reactievergelijking kun je zien dat waterstof als enige in gasvormige fase ontstaat. Wanneer wij in staat zouden zijn dit gas op te vangen en dit te leiden in een gaschromatograaf, zouden wij met grote zekerheid de retentietijd kunnen bepalen van waterstof (uitleg volgt in volgende paragrafen), aangezien dit het enige gas is dat zou ontstaan. Tevens zouden we met een gas-volume-meter de hoeveelheid gas kunnen meten dat ontstaat bij het reageren van calcium (of andere stoffen) met water. 
Ook kun je in de reactievergelijking zien dat er ‘OH- (aq)’ ontstaat. Dit deeltje zorgt voor een basische oplossing. Dus hoe meer van deze deeltjes, hoe meer  basisch een oplossing is. Dat wil zeggen dat de PH hoger moet worden. Een gedeelte van deze ionen zou een neerslag kunnen vormen met het ontstane ‘Ca 2+’, omdat deze ionen samen matig oplossen bij kamertemperatuur, maar er zouden ‘OH- (aq)’ moeten voorkomen in de oplossing na de reactie. Wanneer wij een indicator toevoegen, die een omslagtraject heeft in de buurt van ‘PH-7’ (de PH van water), zouden we kunnen aantonen dat de oplossing na de reactie basischer is, waardoor er dus een reactie moet hebben plaatsgevonden tussen calcium en water.


           4.3.1.1 Gaschromatograaf
In deze paragraaf zullen we kort de gaschromatograaf toelichten. Een gaschromatograaf geeft informatie over de samenstelling van een gas. Het gas wordt door een lange capillaire leiding - ook wel kolom genoemd - gevoerd, waarbij de lichte moleculen zich sneller verplaatsen dan de zware. Dankzij dit snelheidsverschil bereiken de lichtste componenten als eerste het einde van de kolom. Aan het einde van de kolom geeft het apparaat een signaal af aan de computer. De tijd, die het gas er over doet, om het einde van de kolom te bereiken is kenmerkend voor dat gas. Deze tijd wordt ook wel de retentietijd genoemd. De grafiek van het detectorsignaal, uitgezet tegen de tijd, noemt men het chromatogram. De oppervlakte van de pieken zegt iets over de hoeveelheid van eventuele verschillende gassen.



4.3.2 Proefopstelling

Wij hebben de volgende proefopstelling gemaakt, waarmee wij onze proeven uit hoopten te voeren. 


In de erlenmeyer deden we een bepaalde hoeveelheid water. Een overmaat, omdat er bij het blussen van het vuurwerk in Enschede ook een overmaat aanwezig geweest zal zijn. Nadat we calcium hadden toegevoegd deden we de dop op de erlenmeyer, waardoor het ontstane gas zich in het circuit moet verplaatsen en niet ontsnapt. Door middel van een ‘roermagneet’ konden we het mengsel roeren, zonder dat wij het proces beïnvloedden. De volumemeter, die middels 2 slangetjes verbonden was met de erlenmeyer, mat vervolgens het volume ontstane gas. Ook brachten we een extra slangetje aan, waarmee we gemakkelijk een beetje van het gas konden ‘aftappen’ met een spuit (1ml). Dit gas injecteerden we vervolgens in een gaschromatograaf, welke verbonden was aan de computer. Nadat we de meting startten, wachtten we 10 seconden met het injecteren van het gas in de chromatograaf. Van de aangegeven tijd in de chromatogrammen moet dus 10 seconden worden afgetrokken om de retentietijd te bepalen.



      4.3.3 Resultaten

Nadat we calcium hadden laten reageren met water volgens de beschrijving in de vorige paragraaf, namen we 1 milliliter van het ontstane waterstof gas. Dit injecteerden we vervolgens in de gaschromatograaf.


Chromatogram van 
 
het gas
 
ontstaan uit de 
 
reactie van calcium
 
met water. Voor
 
meer resultaten zie
 
bijlage 4.1 
 


De overgebleven oplossing werd tijdens de reactie blauwer, aangezien wij de indicator ‘broomthymolblauw’ hadden toegevoegd. Dit duidt er op dat de vloeistof basischer werd tijdens de reactie. Ook werd de oplossing een klein beetje troebel. Dit duidt op een neerslag. De hoeveelheid gas, die er ontstond is niet gemeten, aangezien dit eenvoudig, maar toch redelijk nauwkeurig te berekenen is. U kunt zien dat de grafiek uitschiet na een tijd van 35 seconden. Aangezien wij, na het starten van de meting 10 seconden wachtten met het injecteren van het gas, bepaalden wij de retentietijd van waterstof op 25 seconden.


 
4.4 Beschrijving proef met magnesium

4.4.1 Proefopzet

De opzet van deze proef is identiek aan die van calcium, alleen namen we bij deze proef uiteraard magnesium in plaats van calcium. Het was de bedoeling te kijken of er onder normale omstandigheden (20°C) waterstof ontstaat, wanneer men magnesiumpoeder toevoegt aan water. Wanneer er niet merkbaar - dat wil zeggen dat de volumemeter niet in beweging komt - waterstof ontstond, zouden we het water verwarmen en kijken of magnesium bij een voor ons haalbare temperatuur wel reageert. Als een bepaalde hoeveelheid wél zou reageren met water, dan zouden we kunnen aflezen hoeveel waterstof was ontstaan bij een bepaalde temperatuur. We gebruikten uiteraard dezelfde proefopstelling als bij de proef met calcium. De temperatuur van het water maten we door middel van een temperatuurmeter, aangebracht in de dop op de erlenmeyer, waardoor het circuit wel gesloten bleef. We konden de oplossing simpel verhitten, door de extra functie van de magneetroerder. We voegden telkens zoveel magnesium toe, dat er, in theorie, maximaal 100 ml waterstof zou kunnen ontstaan, omdat dit het maximale bereik was van onze volumemeter. Hierbij hielden we rekening met de algemene gaswet.


      4.4.2 Resultaten

Toen we magnesium toevoegden aan het water in de erlenmeyer bij kamertemperatuur, was er bij de volumemeter geen zichtbare verandering te zien. Ook werd de oplossing niet meer basisch, dan dat de oplossing tevoren was..

We besloten, zoals we dat tevoren gemeld hebben, de oplossing te verhitten. Bij een temperatuur van 80°C kwam de volumemeter voor het eerst in beweging. Ook werd de oplossing merkbaar blauwer. Bij een temperatuur van +/- 85 °C was er 20 ml gas ontstaan. Bij 90°C gaf de volumemeter een waarde aan, die 28 ml bedroeg. De temperatuur konden we niet verder verwarmen, omdat het water anders zou gaan beginnen te koken. Nu namen we van het ontstane gas wederom 1 ml en leidden dit vervolgens in de gaschromatograaf, om te kunnen controleren of het ontstane nu daadwerkelijk waterstofgas was. De gedachte dat het gas gewoon waterdamp was, moeten we verwerpen, aangezien er in dat geval condensatie zou moeten plaatsvinden. Dat was echter niet het geval.
 


Chromatogram van 
 
het gas 
 
ontstaan uit de 
 
reactie van 
 
magnesium
 
met water. Voor
 
meer resultaten zie
 
bijlage 4.2 
 


We mogen des te meer aannemen dat het in de grafiek om waterstof gaat, omdat de retentietijd identiek is aan die van het ontstane gas bij calcium.
Dat de vloeistof basisch is geworden kunnen we laten zien met de volgende foto.


Foto van de oplossing na de 
 
reactie. In de oplossing is 
 
‘broomthymolblauw’ toegevoegd, 
 
wat een indicator is voor zure en 
 
basische oplossingen. Wanneer 
 
de oplossing een gele kleur heeft 
 
is de oplossing zuur (PH <7). 
 
Wanneer de oplossing blauw 
 
gekleurd is, is de oplossing 
 
basisch (PH>7). Het omslagtraject 
 
van de indicator 
 
ligt tussen 6 PH en 7,6 PH.
 


4.5 Beschrijving proef met aluminium

      4.5.1 Proefopzet

Nadat de proef met magnesium toch met succes was afgerond, kwamen we op het idee om dezelfde proef te doen, maar dan met aluminium. Dit is het metaal wat in een ijsfontein zorgt voor de gewenste lichteffecten. Nu zult u denken: ‘maar gewoon aluminium, bijvoorbeeld mijn keteltje’ reageert toch ook niet met water?’. Inderdaad, echter, dit keteltje is op het moment dat u het in gebruik neemt, ongetwijfeld niet meer van zuiver aluminium, omdat aluminium, zoals veel metalen, reageert met zuurstof uit de lucht. Hierdoor ontstaat een dun beschermingslaagje om de ‘oorspronkelijke’ aluminium. Dit aluminium is echter ook niet klein verdeeld, zoals het aluminium van het keteltje. Dit is echter wel het geval met het aluminium in ijsfonteinen. Daarbij komt dat dit aluminium ook is afgesloten van de buitenlucht. Door deze gedachten gedreven voerden we de proef, zoals gezegd, volgens dezelfde proefopstelling uit. We gebruikten fijn magnesiumpoeder. Hiervan namen we telkens zóveel, dat er, in theorie, bij optimale omstandigheden voor deze reactie, 100 ml gas zou kunnen ontstaan. 
De reactievergelijking is niet helemaal gelijk aan die van magnesium of calcium met water. De reactievergelijking luidt als volgt:

2 Al (s) + 6 H2O (l) => 3 H2 (g) + 6 OH- (aq) + 2 Al3+ (aq)

Dit wil zeggen dat per 2 mol aluminium er, nogmaals bij ideale omstandigheden, 3 ml waterstofgas zou ontstaan.


     4.5.2 Resultaten

Wanneer we aluminium toevoegden aan water met een temperatuur van 20°C, vond er geen waarneembare reactie plaats. Daarom verwarmden we het water. Wat meteen gezegd kan worden is dat de volumemeter gemiddeld, bij een temperatuur van 70°C, 16 ml ‘aanwees’. Van dit gas namen we wederom 1 ml en leidden dit in een gaschromatograaf. 
 


Chromatogram 
 
van 
 
het gas 
 
ontstaan uit de 
 
reactie van 
 
aluminium
 
met water bij 
 
70°C. Voor
 
meer resultaten 
 
zie bijlage 4.3
 
 

Echter, bij een temperatuur van 80°C maten we een gemiddelde hoeveelheid gas van 28 ml. 


    Chromatogram 
         van het gas 
    ontstaan uit de 
          reactie van 
            aluminium
        met water bij 
          80°C. Voor
   meer resultaten 
      zie bijlage 4.3


 
Bij een nog hogere temperatuur steeg de grafiek opmerkelijk.

 

Chromatogram 
         
van het gas 
     
ontstaan uit de 
       
   reactie van 
         
    aluminium
     
   met water bij 
   
       +/- 85°C. 
 
Voor
 
   meer resultaten 
   
    zie bijlage 4.3
 
 

We mogen er ook bij deze proef van uit gaan dat het om waterstof gaan; De retentietijd is identiek aan die van het ontstane gas bij calcium. We moeten hier dus concluderen dat hoe hoger de temperatuur is, het rendement van de reactie ook hoger is.

 
4.6 Beschrijving proef met het mengsel uit een ijsfontein

     4.6.1 Proefopzet

De opzet van deze proef is identiek aan die van de vorige proeven. Het ging ons er nu vooral om te bekijken óf er waterstof ontstaat. Áls er een gas zou ontstaan, zouden we uiteraard de hoeveelheid aflezen. Het mengsel verkregen we uit een ijsfontein.


     4.6.2 Resultaten

Wat meteen opviel toen het mengsel oploste in het water, was dat het mengsel vrijwel geheel oploste, maar op de bodem van de erlenmeyer donkergrijze korreltjes vaste stof te zien waren.

 
 
op de bodem van de erlenmeyer 
 
bevindt zich een donkergrijze 
 
vaste stof… De ‘witte streep’ 
 
onder is het roermagneetje, die 
 
zich in de erlenmeyer bevindt.
 
 
 
Er ontstond echter niet zichtbaar een gas. Daarom verhitten we de oplossing, net als bij voorgaande proef. Bij 83°C trad er voor het eerst zichtbaar verandering op bij de volumemeter. Er ontstond 8 ml gas, bij een bepaalde hoeveelheid van het mengsel. Omgerekend ontstond er gemiddeld, bij de aangegeven temperatuur, bijna 24 ml gas per gram van het mengsel.

 
 
Volumemeter vlak voordat er geen 
 
verandering meer optreedt.
 
 
 
We leidden, zoals ons inmiddels vertrouwd is, 1 ml van het ontstane gas in een gaschromatograaf.

 
 
Chromatogram van 
 
het gas 
 
ontstaan uit de 
 
reactie van 
 
het mengsel uit de 
 
ijsfontein met water. 
 
Voor
 
meer resultaten zie
 
bijlage 4.4
 
 


Er ontstaat zoals u ziet een piek op het tijdstip, waar ook voorgaande chromatogrammen een piek toonden. We mogen dus aannemen dat het hier om waterstof gaat


4.7 Beschrijving proef met gas uit ijsfontein

      4.7.1 Proefopzet

De doel van deze proef was het aantonen van het ontstaan van waterstof bij het blussen van een ijsfontein. Aangezien voorgaande proeven hebben aangetoond dat het metaal aluminium, wat aanwezig is in een ijsfontein, kan reageren met water bij een hoge temperatuur, wilden we aantonen dat, wanneer men een brandende fontein blust met water, er waterstof ontstaat. 
 
 4.7.2 Proefopstelling

De proefopstelling kunt u bezichtigen op het volgende plaatje.

 
 
 
Links ziet u een ijsfontein staan, vastgezet in een statief. Daarboven ziet u een omgekeerde trechter, die het gas, nadat wij de ijsfontein hebben aangestoken en hebben geblust. Deze trechter is middels een slang verbonden met een glazen ‘gasfilter’. Het gas wordt vervolgens door water geleid, waardoor roet en andere vaste deeltjes achterblijven in het water. Vervolgens werkt de opstelling hetzelfde als voorgaande proefopstelling. Het gas vervolgt zijn baan richting de volumemeter. We konden vervolgens gas aftappen via het zogenaamde aftapslangetje.


4.7.3 Resultaten

De resultaten van deze proef zijn dusdanig, dat wij deze hebben opgenomen in dit werkstuk:
 
 
 
Deze grafiek hebben wij uitvergroot, omdat de grafiek minder stijl start dan de andere, waardoor het moeilijker is de retentietijd te bepalen. U kunt hier zien dat deze de retentietijd van waterstof benadert.


4.8 Conclusie bij onderzoek


Wat we kunnen concluderen uit dit onderzoek is dat er waterstof gas ontstaat als men water met aluminium, dan wel magnesium, laat reageren. Dit is op zich niets nieuws. Er zijn bepaalde omstandigheden die het proces versnellen. Bij magnesium en aluminium is dat een hogere temperatuur. Vuurwerk dat verhit is, en reageert met water maakt waterstofgas aan. Onze conclusie is dus dat er waterstof is ontstaan tijdens de vuurwerkramp in Enschede.

 
Gelogd
admin
Don H.
Forumbeheerder
Held
*****
Berichten: 2080



Bekijk profiel
« Antwoord #4 Gepost op: 11 Februari 2010, 21:40:11 »

Zuidhof & Kamp, deel 5)

5. Conclusie


5.1 Inleiding

Wij zullen in dit hoofdstuk een antwoord geven op de hoofdvraag.


5.2 Hoofdvraag

Hoe kan men de grote kracht van de explosies tijdens de ramp in Enschede verklaren?


5.3 Antwoord

Wij zijn van mening dat er met zekerheid valt te zeggen dat er een waterstofexplosie is geweest. Dit kan extreme krachten opwekken, die onder andere ook bij de vuurwerkramp in Enschede hebben plaatsgevonden. Dit kunnen wij beweren, omdat we een aantal argumenten op rij hebben kunnen zetten, waaruit blijkt dat er sprake moet zijn geweest van een waterstofexplosie (witte wolk, middelpunt explosie, concentraties van nitrocellulose na de ramp). Het waterstofgas is ontstaan door het aluminium (en hoogstwaarschijnlijk het titanium) dat aanwezig is in de ijsfonteinen.


Ook het eigen onderzoek heeft nog maar eens bewezen dat er waterstofgas ontstaat, wanneer water in contact komt met magnesium of aluminium en de temperatuur daarbij hoog genoeg is. Dat is ook de reden waarom er waterstof ontstaat bij het blussen van een ijsfontein. Daarbij komt ook nog eens het feit dat er een onbekende hoeveelheid ijsfonteinkruid aanwezig is geweest op het moment van de ramp. We kunnen niet zeggen welk aandeel dit in het geheel heeft gehad, maar dat het een aandeel heeft gehad in het aanmaken van waterstof is zeker.


5.4 Consequenties

Er is eindelijk iets helemaal zeker na de ramp van Enschede. Blus vuurwerk nooit met water! Niet dat zoiets nog niet bekend is, maar dit onderstreept nogmaals het gevaar van vuurwerk. Het is dus vooral zaak dat men weet wat men blust. Wij verwachten dat tijdens de vuurwerkramp in Enschede de brandweer wel degelijk wist dat ze vuurwerk niet met water mochten bestrijden, maar dat ze in eerste instantie niet wisten dat er vuurwerk aanwezig was op het terrein van SE Fireworks (de mensen in de wijk roombeek dachten immers dat het een opslag van oud papier was). 


Ook wat betreft de opslag van vuurwerk op het terrein valt weinig te zeggen. Het was alleen erg ongelukkig dat er, op het moment van de ramp, een grote hoeveelheid ijsfonteinen en los kruit aanwezig was. SE Fireworks valt te verwijten dat het losse kruit ongelukkig op de verkeerde plaats op het verkeerde moment aanwezig was. Dat losse kruit had daar nooit mogen liggen, en heeft de ramp nog meer verergerd. 


Het laatste wat wij nog willen adviseren, is dat alle sproei-installaties, ook wel ‘sprinklerinstallaties’ genoemd – installaties, die in de afgelopen jaren verplicht zijn aangebracht in vuurwerkopslagplaatsen – uit deze opslagplaatsen moeten worden gehaald, en dat daar een ander middel komt dat brand voorkomt, dan wel kan blussen. Dit kan zijn in de vorm van zand of een andere stof die niet reageert met de stoffen die zich in vuurwerk bevinden. Reacties die explosiever zijn, mogen zich vooral niet voordoen.

 


Bronnenlijst
Boeken/rapporten
 

De ramp van Enschede

Zaterdag 13 mei 2000


Binas, informatieboek voor natuuwetenschappen en wiskunde, 2004


Scheikundeboek ‘chemie’ SK 2 deel 1, 1999


Feitenrapportages van de Inspectie voor de Politie, Inspectie voor de     Gezondheidszorg en de Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding


Publieksversie Rapport Commissie Vuurwerkramp, 2001


Rapport commissie-Oosting, 2001


Rapport OM, 2001


Rapport Kappl, 2005


Kranten/tijdschriften
 

Spits, 8 December 1999


NRC Handelsblad, 15-01-2005

NRC Handelsblad, 27-07-2000

 
Trouw, 2000-11-17

 
Chemisch Weekblad 5 november 2005 blz. 26/27

 
Metro, 18-10-2005

 
Internetsites
 

www.13mei2000.nl


http://nl.wikipedia.org/wiki/Waterdamp


tijdvoorwaarheid.nl


Website Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2005


http://www.vuurwerkopslagvanslag.nl

 
Bijlagen
Bij hoofdstuk 3

      3.1 MSDS

 
 
 
Bij hoofdstuk 4

4.1

Chromatogrammen van het gas ontstaan uit de reactie van calcium met water

 
4.2 Chromatogrammen van het gas ontstaan uit de reactie van magnesiumpoeder met water

 
 
4.3 Chromatogrammen van het gas ontstaan uit de reactie van aluminium met water 


Watertemperatuur: 70°C

 


Watertemperatuur: 80°C

Grotere onbekende hoeveelheid aluminium:


 
4.4 Chromatogrammen van het gas ontstaan uit de reactie van het mengsel uit de ijsfontein met

water

 
 
 
4.5 Resultaten van proef met gas uit ijsfontein

Chromatogrammen na het leidden van het gas in chromatograaf. De chromatogrammen zijn vergroot, omdat we de retentietijd exact(er) wilden bepalen.

 

Nawoord
 
Een nawoord is niet gebruikelijk bij een profielwerkstuk. Echter hebben wij nog het een en ander te melden. 
Onze dank gaat uit naar verschillende mensen die geholpen hebben tijdens het onderzoek. Ten eerste willen wij dhr. G. Wagenvoort bedanken, die ons graag wilde helpen, toen wij zochten naar een onderwerp. Tevens verschafte hij ons het nodige vuurwerk en daarnaast hield hij zich bezig met het opzoeken van bepaalde feiten, toen we hem daarom vroegen. 
Daarnaast zijn we dank verschuldigd aan dhr. Vogelzang, een leraar scheikunde van onze school, die ons heeft begeleid bij onze proeven en aan dhr. van Troost die ons heeft geholpen met de theorie van waterstofexplosies. 
Daarnaast willen we ook de TOA (technisch onderwijs assistent) van scheikunde, dhr. Veldhuis, bedanken, die ons heeft geholpen met het praktische werk, dat wij op school hebben uitgevoerd. 
Tot slot richten wij ons nog tot Dhr. Kelder. Als begeleider was hij, ook al was het misschien spaarzaam, toch op de juiste momenten aanwezig, zodat wij ons verhaal kwijt konden.



http://home.planet.nl/~bos03105/pwseindproduct.doc
Gelogd
sylvius
[ERF] lid
Held
*
Berichten: 4725


Bekijk profiel
« Antwoord #5 Gepost op: 22 Maart 2018, 07:29:41 »


 

Nawoord
 
Een nawoord is niet gebruikelijk bij een profielwerkstuk. Echter hebben wij nog het een en ander te melden. 
Onze dank gaat uit naar verschillende mensen die geholpen hebben tijdens het onderzoek. Ten eerste willen wij dhr. G. Wagenvoort bedanken, die ons graag wilde helpen, toen wij zochten naar een onderwerp. Tevens verschafte hij ons het nodige vuurwerk en daarnaast hield hij zich bezig met het opzoeken van bepaalde feiten, toen we hem daarom vroegen. 
Daarnaast zijn we dank verschuldigd aan dhr. Vogelzang, een leraar scheikunde van onze school, die ons heeft begeleid bij onze proeven en aan dhr. van Troost die ons heeft geholpen met de theorie van waterstofexplosies. 
Daarnaast willen we ook de TOA (technisch onderwijs assistent) van scheikunde, dhr. Veldhuis, bedanken, die ons heeft geholpen met het praktische werk, dat wij op school hebben uitgevoerd. 
Tot slot richten wij ons nog tot Dhr. Kelder. Als begeleider was hij, ook al was het misschien spaarzaam, toch op de juiste momenten aanwezig, zodat wij ons verhaal kwijt konden.



http://home.planet.nl/~bos03105/pwseindproduct.doc


https://www.diemernieuws.nl/nieuws/politiek/94039/mart-van-troost-lijsttrekker-van-partij-van-de-ouderen
Gelogd
sylvius
[ERF] lid
Held
*
Berichten: 4725


Bekijk profiel
« Antwoord #6 Gepost op: 22 Maart 2018, 07:34:16 »


https://www.diemernieuws.nl/nieuws/politiek/97111/groenlinks-wint-in-diemen

 Huilen
Gelogd
sylvius
[ERF] lid
Held
*
Berichten: 4725


Bekijk profiel
« Antwoord #7 Gepost op: 22 Maart 2018, 07:37:59 »


Of  toch gekozen?

 
Citaat
2018                                        2014
                                                                stemmen        zetels                stemmen        zetels
D66 (lijst 1)                                                1933                  4                        1569                3
PvdA (lijst 2)                                              1367                  3                        1508                4
VVD (lijst 3)                                                1597                 3                        1502                3
Leefbaar Diemen (lijst 4)                           820                 2                        1232                3
GroenLinks (lijst 5)                                    2397                 5                        1022                2
Partij van de Ouderen (lijst 6)                    351                0                          985                2
CDA (lijst 7)                                                   698                 1                          751               1
Ouderenpartij Diemen (lijst Cool                1094                 2         
Ons Diemen (lijst 9)                                    768                 1

SP (doet niet mee in 2018)                                                                        1222               3 
Gelogd
Pagina's: [1] Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006-2007, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!