[EnschedeRamp] Forum
Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
18 December 2018, 11:25:48

Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte
Zoek:     Geavanceerd zoeken
NB! Als u lid wilt worden stuur dan een verzoek naar:

EnschedeRamp@gmail.com
7119 aantal berichten in 578 topics door 19 geregistreerde leden
Nieuwste lid: Paul van Buitenen
* Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
+  [EnschedeRamp] Forum
|-+  Enschede 13 mei 2000
| |-+  Actueel
| | |-+  Paul van Buitenen ‏ Vuurwerkramp: Aanklacht ingediend
« vorige volgende »
Pagina's: [1] Omlaag Print
Auteur Topic: Paul van Buitenen ‏ Vuurwerkramp: Aanklacht ingediend  (gelezen 48 keer)
sylvius
[ERF] lid
Held
*
Berichten: 4265


Bekijk profiel
« Gepost op: 3 December 2018, 17:20:50 »

https://twitter.com/PaulvanBuitenen/status/1069617638647742465


Paul van Buitenen
‏ @PaulvanBuitenen
38m38 minutes ago

Vuurwerkramp: Aanklacht ingediend!


Paul van Buitenen
Paul van Buitenen
Investigator Fireworks disaster 2000 Enschede (NL).
23 articles

0

    1

Vandaag een formele aanklacht ingediend bij het College van Procureurs-generaal wegens de laakbare gedragingen van politie en justitie bij de opsporingshandelingen van de Vuurwerkramp. Zie de brief van 7 blz.

Donderdag as. bij de besloten bijeenkomst van de Kamercommissie Justitie en Veiligheid zal ik de noodzaak van een onafhankelijk onderzoek aan de orde stellen. Immers, bij betrokkenheid van het justitiële apparaat kan alleen de Tweede Kamer deze onafhankelijkheid nog garanderen.




https://drive.google.com/file/d/1NS3NROnxErrkTQyZGrlC9XV117UMUqPo/view
Gelogd
sylvius
[ERF] lid
Held
*
Berichten: 4265


Bekijk profiel
« Antwoord #1 Gepost op: 3 December 2018, 18:02:16 »

Misstanden politie, OM, RR, TNO en NFI. -  P. van Buitenen aan Vz. College Pg’s, 3 dec. 2018
Blz. 1
 
Aan:        Van: Mr. G.W. (Gerrit) van der Burg    P.K.T.J. (Paul) van Buitenen Voorzitter College van procureurs-generaal   Onderzoeker Vuurwerkramp P/a Parket-Generaal      Expertgroep Klokkenluiders Prins Clauslaan 16      Kleine Vos 4 2595 AJ DEN HAAG      4814 VD BREDA Tel.: 088-699 11 00      pvb125@gmail.com
 
 
 
        A A N G E T E K E N D
 
 
 
Betreft:       Plaats, datum: Verzoek tot onafhankelijk onderzoek   Breda, 3 december 2018 Gedragingen politie, OM, RR, TNO en NFI Heroverweging bestaand oz. & nieuwe feiten
 
 
Geachte heer van der Burg,
 
In opdracht van de stichting Expertgroep Klokkenluiders, voorzitter G.E.L.M. de Wit, heb ik vier jaar onderzoek gedaan naar de gedragingen van de Nederlandse overheid in het kader van de Vuurwerkramp, die op 13 mei 2000 de stad Enschede trof, 23 doden en 947 gewonden veroorzaakte en tevens een hele stadswijk van de aardbodem wegvaagde. Dit onderzoek omvatte de volgende periodes:
 
• Vóór de ramp: De overheidsgedragingen met de vuurwerkregelgeving van het rijk, het gemeentelijk handelen jegens de bedrijven S.E. Fireworks BV en v.o.f. en het gemeentelijk handelen betreffende het bestemmingsplan en de verwerving van de grond waarop het bedrijf was gelegen. • Tijdens de ramp: Het optreden van de brandweer, met name de aansturing van de brandweer en de gevolgen daarvan voor het aantal slachtoffers en de omvang van de schade. • Ná de ramp: De onderzoeken uitgevoerd door en namens de officiële instanties, zoals de politie, het OM, het COT, de rijksinspecties, het NLR, de COV, het BIZ, de RR, het NFI en het TNO, alsmede de verantwoording die is afgelegd door college van B&W naar de gemeenteraad en door het kabinet naar de Tweede Kamer.
 
Dit omvat een periode van 25 jaar, te weten van 1993 tot 2018. Bijzondere aandacht had ik hierbij voor de gedragingen van verschillende bij deze kwestie betrokken arrondissementen van het Openbaar Ministerie, de technische rapportages uitgebracht door het TNO en het NFI aan het Openbaar Ministerie en de in opdracht van het Openbaar Ministerie uitgevoerde onderzoeken door de rijksrecherche in 2004 en 2012 m.b.t. de Vuurwerkramp.
 
Misstanden politie, OM, RR, TNO en NFI. -  P. van Buitenen aan Vz. College Pg’s, 3 dec. 2018
Blz. 2
 
Mij is met betrekking tot het Openbaar Ministerie (OM), de rijksrecherche, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het instituut Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO), onder meer het volgende gebleken:
 
1. TNO-rapporten 2001. In het kader van de strafrechtelijke vervolging door het OM van de directie van het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks v.o.f., heeft de bij wet opgerichte publiekrechtelijke Nederlandse Organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO), in 2001 een aantal technische rapporten uitgebracht aan het OM. Hoofdconclusie van TNO daarin is dat het bedrijf S.E. Fireworks v.o.f. ‘Te-veel-en-tezwaar’ vuurwerk had opgeslagen en dat dit de hoofdoorzaak is van de explosies van de Vuurwerkramp. Op met name déze bevinding van TNO, en doorgegeven door het NFI aan het OM, is het strafrechtelijk vonnis gebaseerd dat tegen beide S.E. Fireworks directeuren is uitgesproken op 12 mei 2003 door het gerechtshof te Arnhem (ECLI:NL:GHARN:2003:AF8393 en 8394), nadien bevestigd door de Hoge Raad in drie instanties (cassatie 2005, herzieningen 2008 en 2012).
 
2. TNO-subsidieaanvraag 2001. In het kader van een subsidieaanvraag bij de Europese Commissie te Brussel, opgesteld eveneens in 2001, heeft TNO betoogd dat de onverwacht grote kracht van de bij de Vuurwerkramp opgetreden explosies niet kan worden verklaard uit de zwaarte (classificatie) en de hoeveelheid van het op de rampdag bij S.E. Fireworks aanwezige vuurwerk. Dít was de aanleiding voor nader onderzoek. Ook heeft TNO aangegeven dat de op dat moment toegepaste methodiek van vuurwerktesten en transportclassificatie van vuurwerk niet toereikend is om de eigenschappen van vuurwerk onder condities van bulk opslag op een juiste wijze weer te geven. Deze stellingname is tegengesteld aan de resultaten die TNO via het NFI aanleverde aan het Openbaar Ministerie, zoals weergegeven onder punt 1.
 
3. NFI rapport 2001. Het Nederlands Forensisch Instituut, een directoraat binnen het toenmalige Ministerie van Justitie, heeft in zijn Hoofdrapport van 1 februari 2001, het scenario gepresenteerd waarlangs de Vuurwerkramp zich zou hebben voltrokken. In het reviewrapport wordt aangetoond, onder meer met gebruikmaking van een analyse van het NFI Hoofdrapport uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige, dat het NFI daarbij uiterst ondeskundig te werk is gegaan en niet-wetenschappelijk verantwoorde bewijsmethodes heeft gevolgd. Ook bleek dat het NFI het scenario van de Vuurwerkramp reeds heeft vastgesteld in september 2000, lang voordat enige andere deskundige onderzoeksinstantie met resultaten van het technisch onderzoek was gekomen. Ontbrekend bewijs voor dat scenario moest op dat moment nog worden ‘gevonden’. Het NFI, dat samen met TNO de basis aanleverde voor de strafrechtelijke veroordeling van de S.E. Fireworks directie, heeft hiermee laakbaar en verwijtbaar gehandeld.
 
4. Stofexplosie en krater. TNO, NFI en Commissie Onderzoek Vuurwerkramp (voorgezeten door Prof. M. Oosting), zijn op onwetenschappelijke wijze voorbij gegaan aan de mogelijkheid van een stofexplosie bij de Vuurwerkramp. TNO rapporteerde publiekelijk dat er voor zo’n stofexplosie bij de ramp onvoldoende aanwijzingen waren. Ook is TNO uitgegaan van het ontstaan van de C11-krater door een thermische explosie. Vanuit dit door TNO vooringenomen standpunt, dat er alleen thermische explosies plaatsvonden, én vanuit de niet geverifieerde aanname dat er door de laatste (en zwaarste) thermische
Misstanden politie, OM, RR, TNO en NFI. -  P. van Buitenen aan Vz. College Pg’s, 3 dec. 2018
Gelogd
sylvius
[ERF] lid
Held
*
Berichten: 4265


Bekijk profiel
« Antwoord #2 Gepost op: 3 December 2018, 18:02:30 »

Blz. 3
 
explosie een krater is ontstaan, kan op eenvoudige wijze de kracht van de explosies worden berekend. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het ontstane schadebeeld en de dimensies van de ontstane krater. Ik heb echter vastgesteld dat de ontstane krater grotendeels het gevolg is van een, niet bij het TNO/NFI onderzoek betrokken, verzakking van de bodem. Deze verzakking kon ontstaan door holle ruimtes onder de bunkerbodems die reeds aanwezig waren op het moment van de ramp. Daardoor kloppen de berekeningen van TNO/NFI niet, die uitgaan van een zandbodem onder de bunkerplaten. Deze holtes kwamen voort uit inklinking van eerder gestort puin onder de bunkerbodems, waar eerder een kolenopslag was gevestigd. Tevens stelde ik vast dat er waarschijnlijk ‘stofexplosies’ hebben plaatsgevonden tijdens de ramp. Hierdoor valt de wetenschappelijke onderbouwing weg onder genoemde TNO-berekening van de hoeveelheid vuurwerk op de rampdag. Dit betekent dat TNO het Openbaar Ministerie heeft misleid in rapporten die het OM daarop aanvoerde als bewijs in de strafrechtelijke vervolging van de S.E. Fireworks directie.
 
Bovendien is bij de review een OM-motief vastgesteld voor het vermijden van de ‘stofexplosie’, waardoor de mogelijkheid onderzocht dient te worden of het OM sturend is opgetreden richting TNO bij het negeren van de ‘stofexplosie’ als mogelijk explosiemechanisme. In het dossier zijn stukken aangetroffen die duiden op gevoeligheid van TNO voor de wensen van een opdrachtgever. In het geval dat zou blijken dat het OM sturend is opgetreden richting TNO, rijst onmiddellijk de vraag of dit op aanwijzing gebeurde van het College Pg’s. Dat dit niet ondenkbeeldig is kan blijken uit de instructie van het College van Pg’s aan het Openbaar Ministerie om de gemeentelijke- en rijksoverheid buiten strafvervolging te houden bij de Vuurwerkramp.
 
5. Commissie Onderzoek Vuurwerkramp (COV). Hoewel geen onderdeel uitmakend van het justitieel apparaat (zoals politie, OM, NFI en RR), noch te kwalificeren als vaste onafhankelijk technisch expert (zoals TNO), moet ook de commissie COV onder voorzitterschap van Prof. dr. mr. Marten Oosting hier worden vernoemd. Het onderzoek van de COV wordt immers vaak aangehaald als bewijs dat alle aanwijzingen omtrent de ramp reeds voldoende zijn onderzocht door een onafhankelijke instantie, de COV. In mijn review is gebleken dat van enige onafhankelijkheid van deze commissie geen sprake was. De onderzoeksresultaten van OM, NFI, TNO en Oosting werden onderling afgestemd. Ook wordt in dit kader vaak verwezen naar de door Oosting opgedragen externe contra-expertises, die verricht zouden zijn door buitenlandse deskundigen, naar de kwaliteit van het door TNO verrichte technisch onderzoek naar de oorzaken en mechanismen van de ramp. Tijdens de review is gebleken dat van dergelijke onafhankelijke expertises geen sprake is geweest. Onder meer omdat de buitenlandse deskundigen de toegang tot de daarvoor benodigde informatie werd onthouden. Er zijn zelfs documenten voorhanden waaruit kan blijken dat deze externe buitenlandse deskundigen hebben gewezen op de slechtere regelgeving in Nederland en ontbrekend bewijs voor het door TNO gepropageerde rampscenario.
 
6. EU-gesubsidieerd project. In het kader van het door de Europese Unie (EU) gesubsidieerde CHAF-project (EC contractnummer: EVG1-CT-2002-00074 CHAF), waarvan is gebleken dat TNO, hoewel het niet de coördinator was, wél de belangrijkste deelnemer was, hebben in oktober 2005 grote schaal vuurwerkproeven plaatsgevonden in Polen.
Misstanden politie, OM, RR, TNO en NFI. -  P. van Buitenen aan Vz. College Pg’s, 3 dec. 2018
Blz. 4
 
Bij twee van die proeven, die werden uitgevoerd met kleine (20 ft.) stalen zeecontainers, één gevuld met watervallen en één gevuld met 60 gr. raketjes zonder stok, hebben heftige thermische explosies plaatsgevonden, waarbij sprake is van het optreden van een deflagratie detonatie transitie (DDT). Deze DDT trad niet op bij de andere grote-schaal proeven. Het beproefde vuurwerk is tevoren door TNO en het Duitse BAM streng gecontroleerd op leverancier, selectie, bestelling, verpakking en classificatie. In het geval van de 60 gr. raketjes zonder stok werd dit vuurwerk op het testterrein aangevoerd als de lichtste categorie evenementenvuurwerk (klasse 1.4). Tot zeer onaangename verrassing van het aanwezige onderzoeks- en brandweerpersoneel trad eerdergenoemde detonatie bij deze raketjes op. Daarop dreigde in november 2005 een crisis te ontstaan tussen vertegenwoordigers van brandweer/veiligheidsregio’s en het ministerie van Binnenlandse Zaken. (BZK). Dit als gevolg van het formele verzoek aan BZK, door diverse vertegenwoordigers van de brandweer gedaan, om aanpassing van de vigerende blusvoorschriften van ‘offensief’ optreden naar ‘defensief’ optreden door de brandweer. BZK weigerde deze aanpassing door te voeren. TNO is instrumenteel geweest in het bezweren van deze crisis door rapportages aan te leveren bij de Nederlandse overheid, waarin werd gesteld dat er bij de detonatie van de container met 60 gr. raketjes zonder stok alleen sprake was van evenementenvuurwerk van de zwaarste klasse (klasse 1.1), waardoor deze explosie niet verrassend was en niet kan plaatsvinden in Nederland, waar feitelijk alleen vuurwerk van de klasse 1.4 ligt opgeslagen. De rapportages aan de Europese Commissie zijn ook in die zin opgesteld. Dit betekent het volgende:
 
• Er is sprake van wetenschapsfraude gepleegd door TNO in de rapportages aan zowel de Nederlandse overheid als aan de Europese Commissie, betreffende de testresultaten van proeven uitgevoerd in het kader van een door de Europese Commissie gesubsidieerd project. • De in Nederland vigerende blusinstructies (offensief blussen) zijn gehandhaafd, tegen verzoeken van brandweervertegenwoordigers in, waardoor de levens van brandweerlieden onnodig gevaar lopen, ieder moment dat deze blusinstructie weer wordt toegepast bij de bestrijding van brandend vuurwerk van de klasse 1.4. in vergelijkbare situaties als in Enschede, zoals de opslag in vuurwerkbunkers.
 
7. Rijksrecherche 2004. Op 16 november 2003 rapporteerde Bureau Interne Zaken van het politiekorps Gelderland-Midden aan de korpsbeheerder van het politiekorps Twente, burgemeester Mans, dat er tijdens de strafrechtelijke vervolging in 2000 – 2003 mogelijk sprake is geweest van bewuste misleiding van de rechterlijke macht door uitvoerenden én leidinggevenden binnen dat strafrechtelijk onderzoek, dat plaatsvond in het kader van de Vuurwerkramp. Dit betekent dat niet alleen de politie Twente (uitvoerenden), maar ook het Openbaar Ministerie Almelo (leidinggevenden) zich mogelijk aan bewuste misleiding van de rechter hebben schuldig gemaakt. Enkele rechercheurs zouden zelfs als verdachte aangemerkt dienen te worden. In het daarop via de toenmalige Minister van Justitie Donner en het College van procureurs-generaal opgedragen feitenonderzoek, uitgevoerd door de rijksrecherche, zijn ernstige fouten gemaakt door de rijksrecherche. Deze bevinding kon alleen worden vastgesteld na consultatie van (voor de Kamer) geheimgehouden interne documenten betreffende dit
Misstanden politie, OM, RR, TNO en NFI. -  P. van Buitenen aan Vz. College Pg’s, 3 dec. 2018
Blz. 5
 
rijksrechercheonderzoek, die door een medewerker van politie/justitie zijn gelekt.1 Deze misstanden begaan door rijksrecherche zijn zó ernstig en duidelijk waarneembaar dat ik het opzettelijk en in opdracht begaan van de misstanden door de rijksrecherche niet mag uitsluiten. Ook hier rijst dan onmiddellijk de vraag of de rijksrecherche deze misstanden op eigen initiatief of in opdracht van het College Pg’s heeft begaan.
 
8. College van procureurs-generaal 2011. Na een jarenlange stilstand van de onderzoeken in de Vuurwerkramp heeft het Openbaar Ministerie in mei 2010 besloten om een aanvullend feitenonderzoek te laten uitvoeren naar nieuwe aantijgingen over gemiste onderzoeksaanwijzingen. Dit betrof met name het ‘werken op zaterdag’, dus op de dag van de ramp bij het bedrijf S.E. Fireworks. Dit werd het feitenonderzoek Esaltato (2010), uitgevoerd door het politiekorps Noordoost Gelderland, onder leiding van het OM Almelo. Hieruit kwamen dermate veelbelovende bevindingen naar boven dat werd besloten tot een vervolgonderzoek VerEsal (2011), uitgevoerd door het politiekorps IJsselland, onder leiding van het OM te Zwolle. Na afsluiting van dit onderzoek, waarin reeds veel aanwijzingen waren verdampt en de belangrijkste getuige middels een psychologisch onderzoek was gediskwalificeerd, verzocht de voorzitter van het College van procureurs-generaal, Herman Bolhaar, aan hoofdofficier van justitie te Rotterdam, Fred Westerbeke, om de laatste drie openstaande onderzoekspunten te laten onderzoeken door de rijksrecherche. Daarbij vroeg Bolhaar aan Westerbeke om dit onderzoek (Daslook 2012) te laten uitvoeren door de eerder betrokken rechercheurs van de rijksrecherche. Gelet op de nog openstaande onderwerpen van onderzoek, kwam dit neer op een ‘eigenverificatie’ door de rijksrechercheurs van het eerdere door henzelf uitgevoerde onderzoek. Van dit eerdere onderzoek is inmiddels gebleken dat dit niet alleen onregelmatig (vaststaand), maar mogelijk ook opzettelijk en in opdracht misleidend is geweest.
 
9. Rijksrecherche 2012. Na bestudering van beschikbare stukken uit dit Daslook onderzoek is komen vast te staan dat door de rijksrecherche niet de juiste onderzoeksvragen zijn gesteld betreffende het in beeld komen van de van brandstichting verdachte André de Vries, maar dat in de plaats daarvan drie onbestaande onderzoeksvragen zijn geformuleerd. Bij deze gefingeerde vragen stond tevoren vast dat de te vinden antwoorden de eerdere door rijksrecherche en OM gedane bevindingen zouden bevestigen. Uit de review is wél komen vast te staan dat er met het in beeld komen van de heer De Vries als verdachte heel veel mis is gegaan. Daarom hier wederom sprake van een misleidend onderzoek uitgevoerd door de rijksrecherche, met de kennelijke doelstelling een definitieve beantwoording van alle openstaande vragen betreffende de Vuurwerkramp te fingeren. Ook hier rijst de vraag of de rijksrecherche dit gefingeerde onderzoek, dat men een jaar heeft laten duren, heeft uitgevoerd in opdracht van het College van Procureurs-generaal.
 
                                                      1 Indien het College van procureurs-generaal de in deze situatie gebruikelijke reflex vertoont, door onderzoek in te stellen naar de herkomst van deze documenten en géén onderzoek laat instellen naar de door mij in deze brief gemelde misstanden, zal daaraan door mij geen enkele medewerking worden verleend, ongeacht de in te zetten dwangmiddelen daartoe. Een onderzoek naar de herkomst van de rijksrecherchedocumenten is uitdrukkelijk uitgesloten van bedoelde vervolgactie waarom door mij wordt verzocht aan het College van procureurs-generaal. Een dergelijke handelwijze zal publiekelijk aan de kaak worden gesteld.
Misstanden politie, OM, RR, TNO en NFI. -  P. van Buitenen aan Vz. College Pg’s, 3 dec. 2018
Blz. 6
 
Gelet op de aard van de onregelmatigheden die door mij zijn geconstateerd en hierboven zijn weergegeven, waarbij de gedragingen van zowel politie als justitie centraal staan, en waarbij uw College van procureurs-generaal mogelijk een belangrijke en tevens laakbare rol heeft gespeeld, is het volstrekt zinloos om aangifte te doen van een strafbaar feit bij de lokale politie. In deze situatie is het geïndiceerd om schriftelijk het College van procureursgeneraal op de hoogte te stellen van mijn bevindingen. Er bestaat een grote noodzaak tot het laten uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek door een bevoegde en niet-betrokken organisatie. Ik richt mij heden met dat verzoek tot u, ook al is het College van Pg’s mogelijk een betrokken partij. Zo’n onderzoek zou zich niet alleen moeten richten op de door mij aangevoerde nieuwe feiten betreffende de Vuurwerkramp en de wijze waarop het onderzoek is gevoerd, maar zal zeker ook gericht dienen te zijn op een heroverweging van reeds bestaande en eerder uitgevoerde onderzoeken. Dit laatste vanwege de door mij geconstateerde tunnelvisie (zeker) en kwade opzet (waarschijnlijk) bij het tot nog toe door de politie, het OM, de rijksrecherche, het NFI, TNO en de commissie Oosting gevoerde onderzoek. Een dergelijk onderzoek zou moeten voldoen aan bijzondere vereisten van onafhankelijkheid, waarbij de Tweede Kamer betrokken zou moeten worden (zie verder).
 
Als voorindicatie van de onderbouwing van deze bevindingen, gelieve in de bijlage reeds een samenvatting aan te treffen van mijn bevindingen. Deze is weergegeven in de vorm van een gereconstrueerde beknopte chronologie (30 blz.) met daarin opgenomen doorverwijzingen naar een 1.121 blz. tellend reviewrapport van mijn hand, waarin opgenomen o.a. ±600 afbeeldingen van brondocumenten en ±1.000 verwijzingen naar brondocumenten. Deze samenvatting, evenals het volledige rapport, zijn reeds op vertrouwelijke basis in het bezit van de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid, die mij op 6 december as. reeds hierover zal horen.
 
Ook aan u zou ik graag het volledige reviewrapport, met daarin opgenomen de beschrijving van tientallen misstanden begaan door medewerkers van verschillende arrondissementen van het Openbaar Ministerie, toezenden. Daartoe vraag ik uw bevestiging op mijn verzoek tot agendering van het door mij gevraagde onderzoek en uw medewerking aan de keuze van een daartoe aangewezen, bevoegde en niet betrokken instantie. Daarbij sluit ik uitdrukkelijk uit dat een onderzoek naar de herkomst van mijn documenten onderdeel zou uitmaken van zo’n onderzoek. Bovendien, gelet op de betrokkenheid van nagenoeg alle justitiële instanties, stel ik u voor om daarbij open te staan voor een rol van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dan wel diens vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid bij de inrichting en uitvoering van zo’n onderzoek. Dit ter borging van de onafhankelijkheid van het door mij gevraagde onderzoek.
 
Een afschrift van deze brief, vergezeld van de voor de Europese Commissie toepasselijke passages uit het volledige reviewrapport, wordt binnenkort gezonden aan de Europese Commissie van de EU, zowel aan het Directoraat-Generaal RTD, die het TNO-CHAF vuurwerkproject heeft gesubsidieerd, als aan de directeur van het Europese antifraudebureau O.L.A.F. (Office de Lutte Antifraude).
 
 
Misstanden politie, OM, RR, TNO en NFI. -  P. van Buitenen aan Vz. College Pg’s, 3 dec. 2018
Blz. 7
 
 
In afwachting van uw bevestiging dat mijn verzoek tot onderzoek volwaardig zal worden geagendeerd op de periodiek te beleggen bijeenkomst van uw college, opdat ik u de volledige rapportage kan doen toekomen, teken ik,
 
 
 
Met vriendelijke groet, Paul van Buitenen Onderzoeker Vuurwerkramp Expertgroep Klokkenluiders Oud-Europarlementariër
 
 
 
 
Bijlage: Chronologie (30 blz.) opgesteld op basis van de reviewbevindingen, met verwijzingen naar de daarop betrekking hebbende hoofdstukken uit het reviewrapport.
 
 
Afschrift aan: - Voorzitter van de Europese Commissie, t.a.v. DG RTD - Directeur Antifraudebureau OLAF van de EU - Vaste Tweede Kamercommissie Justitie en Veiligheid
 
 
Publicatie: Gelet op het grote maatschappelijke belang van de inhoud van deze brief (7 blz.), zal deze brief eveneens worden gepubliceerd op het Internet. De vertrouwelijke bijlage (30 blz.) wordt niet gepubliceerd.
Gelogd
Pagina's: [1] Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006-2007, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!