[EnschedeRamp] Forum
Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
21 Juli 2019, 17:42:30

Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte
Zoek:     Geavanceerd zoeken
NB! Als u lid wilt worden stuur dan een verzoek naar:

EnschedeRamp@gmail.com
7363 aantal berichten in 662 topics door 20 geregistreerde leden
Nieuwste lid: DRK
* Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
+  [EnschedeRamp] Forum
|-+  Enschede 13 mei 2000
| |-+  Rapporteur Vuurwerkramp PvB
| | |-+  34. Tjibbe Joustra veegt bord schoon bij vertrek
« vorige volgende »
Pagina's: [1] Omlaag Print
Auteur Topic: 34. Tjibbe Joustra veegt bord schoon bij vertrek  (gelezen 212 keer)
admin
Don H.
Forumbeheerder
Held
*****
Berichten: 2066



Bekijk profiel
« Gepost op: 24 Mei 2019, 16:09:17 »

34. Tjibbe Joustra veegt bord schoon bij vertrek

Breskens, maandag 6 mei 2019 om 09u43
 
Geachte heer Dijsselbloem,

Allereerst past het mij u te feliciteren met uw benoeming per 1 mei jl. tot voorzitter van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid; in mijn ogen een heel belangrijke positie en tevens een zeer eervolle benoeming. Deze post stelt hoge eisen aan de persoonlijke integriteit van de ambtsdrager en het is niet velen gegeven om aan die hoge eisen te blijven voldoen. Dus nogmaals mijn gelukwensen.

Graag vraag ik uw aandacht voor een kwestie die Nederland al 19 jaar bezighoudt, met zowel impact op de huidige veiligheidssituatie, als een groot belang voor het vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat. Het betreft de Vuurwerkramp Enschede 2000, waarbij 23 doden vielen, 947 gewonden werden geregistreerd en waarbij een volledige stadswijk werd weggevaagd. De Nederlandse overheid heeft verzuimd de vuurwerkregelgeving (die zo'n ramp moet voorkomen) aan te passen. Een vergelijkbare ramp kan zich op ieder moment weer voordoen in Nederland, dit bij iedere vuurwerkopslag van enige omvang. In sommige veiligheidsregio's zou de brandweer zelfs wederom op basis van verkeerde blusvoorschriften naar een brand in een vuurwerkopslag worden gestuurd, daarbij gebruik makend van ineffectieve blusmiddelen, zonder de juiste afstand te houden en zonder het bezit van enige kennis van de mechanismen en omstandigheden die bij het ontstaan van explosies horen, zoals die zich in Enschede voordeden.

Verzoek Kamervoorzitter

Op 21 maart jl. verzocht de voorzitter van de Tweede Kamer, mevrouw Khadija Arib, de Onderzoeksraad om advies over een door mij opgesteld reviewrapport over de Vuurwerkramp, met 1393 blz. die handelen over 1. de aanleiding tot de ramp, 2. de ramp zelf en 3. de opvolging van de ramp tot aan de dag van vandaag. Ik heb hier jaren aan gewerkt en de plenaire vergadering van de Tweede Kamer had graag van de Onderzoeksraad een advies ontvangen over dit omvangrijke en technische rapport. Zie brief Kamervoorzitter.

Afwijzing door Onderzoeksraad

De woordvoerder van de Onderzoeksraad gaf daarop te kennen dat de beoordeling (of het verzoek wordt ingewilligd) gewoonlijk niet langer duurt dan twee weken. Pas op 29 april jl. schreef uw voorganger bij de Onderzoeksraad, de juist op die dag aftredende voorzitter Tjibbe Joustra, aan de Kamervoorzitter dat hij haar verzoek niet honoreert. Zie brief Joustra.

Nadat de pers mij op 2 mei jl. om een reactie vroeg, op de toen aan mij nog onbekende afwijzing van de Onderzoeksraad, en ik dit via Twitter kenbaar had gemaakt, kreeg ik van de behandelend ambtenaar van de Onderzoeksraad (de heer W. van der Weegen) te horen dat er een afwijzende beslissing was genomen door de Onderzoeksraad aangaande mijn rapport. Zie email. Communicatieverantwoordelijke Van der Weegen heeft geen gebruik gemaakt van mijn herhaalde aanbod aan de Onderzoeksraad, gedaan op 25 januari en op 27 maart jl., om een toelichting te verstrekken inzake de maatschappelijke relevantie van het door de Kamervoorzitter gevraagde onderzoek.

De afwijzing door uw voorganger de heer Joustra van het verzoek van de voorzitter van de Tweede Kamer is kwestieus en ik meen u daarvan op de hoogte te moeten stellen. Deze kwestieuze aspecten benoem ik hierna.
•Afwijzingsdatum. De aftredend voorzitter van de Onderzoeksraad, de heer Joustra, zond zijn afwijzing op 29 april 2019 aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Dit was de laatste werkdag van de heer Joustra, die als voorzitter van de Onderzoeksraad per 1 mei is opgevolgd door U. Dit maakt het voor de Onderzoeksraad, met U als nieuwe voorzitter, praktisch gesproken onmogelijk om nog op deze beslissing terug te komen. Deze consequentie zal de heer Joustra niet zijn ontgaan.
•Actualiteit. De weigering om gebruik te maken van mijn herhaald aanbod om mij te horen over de merites van het door mij geschreven rapport over de vuurwerkramp heeft er toe geleid dat de Onderzoeksraad in de afwijzing van het verzoek van de Kamervoorzitter gebruik heeft gemaakt van argumenten die niet van toepassing zijn. Dit had vermeden kunnen worden.
•Strafrecht. In de afwijzing van het verzoek van de Kamervoorzitter legt de Onderzoeksraad veel nadruk op de noodzaak van een strikte scheiding tussen het (lang geleden gelopen) strafrechtelijk onderzoek en een (nog uit te voeren) onderzoek van uw Raad, dat is gericht op het kunnen trekken van lessen zonder dat getuigen gehinderd zouden worden vanwege mogelijke strafrechtelijke consequenties. Oppervlakkige bestudering van het rapport zou de Onderzoeksraad reeds hebben getoond dat de technische rapportages van TNO, NFI en rijksinspecties, evenals de technische vuurwerkproeven op de Maasvlakte en in het EU-CHAF-project en ook de regelgeving in Nederland op het gebied van classificatie, testen, vervoer, opslag en blussen, een centrale plaats inneemt binnen de in mijn rapport geschetste problematiek. Daarnaast worden ook bestuurlijke en politieke onwil beschreven. Tevens heb ik in het rapport duidelijk gemaakt dat de doelstelling van het rapport uitdrukkelijk niet is om alsnog strafrechtelijke vervolging af te dwingen, zo dat überhaupt nog mogelijk is (verjaring). Het door de Raad gebezigde argument betreffende de noodzaak van scheiding tussen strafrechtelijk onderzoek en een door de Onderzoeksraad te voeren onderzoek, is hier niet van toepassing.
•Regelgeving. In de afwijzing van het verzoek van de Kamervoorzitter stelt de Onderzoeksraad dat er vaak sprake is van inmiddels verbeterde regelgeving. Graag wijs ik u erop dat het hele reviewrapport juist betoogt én onderbouwt dat er géén sprake is van verbeterde regelgeving. Er zijn geen lessen geleerd, niet na Culemborg 1991, niet na Enschede 2000, niet na Kolding 2004 en niet na Polen 2005. Op veel punten is de regelgeving betreffende de opslag en het blussen van vuurwerk in de ons omringende landen veel beter geregeld dan in Nederland. Het door de Raad gebezigde argument betreffende een inmiddels verbeterde regelgeving is niet van toepassing.
•Historie. In de afwijzing van het verzoek van de Kamervoorzitter stelt de Onderzoeksraad dat de Vuurwerkramp te lang geleden is om nog aanbevelingen voor de toekomst te kunnen doen. Dit is onjuist. Het reviewrapport behandelt:
1.De aanloop naar de ramp (Culemborg, regelgeving rijk, brandweerzorg, gemeentelijk handelen, oud-eigenaar S.E. Fireworks).
2.De bestrijding van de ramp (blusvoorschriften, optreden brandweer, vuurstorm).
3.De opvolging van de ramp (onderzoeken TNO, NFI, inspecties, OM, Tolteam, rijksrecherche.
4.De situatie heden ten dage (regelgeving, afwijkingen buitenland).

Daarom zijn de bevindingen uit het rapport juist van belang voor de toekomst. De Onderzoeksraad laat hiermee de gelegenheid liggen om een enorme slag te maken voor de veiligheid van Nederland.
•Personen. In de afwijzing van het verzoek van de Kamervoorzitter stelt de Onderzoeksraad dat er vaak sprake is van inmiddels vertrokken personen die niet meer beschikbaar zijn voor het onderzoek van de Raad. Dit is een misverstand. De Tweede Kamer vraagt de Raad niet om het onderzoek naar de Vuurwerkramp over te doen. De Tweede Kamer vraagt om advies over de actuele waarde van het rapport. De Kamer wil een advies bij de beoordeling of dit zeer kritische rapport serieus te nemen is. Enig door de Raad te verrichten onderzoek zou juist betrekking hebben op het heden van regelgeving en voorschriften, waarvan de verantwoordelijke personen uiteraard gewoon nog op hun plaats zitten. Het door de Raad gebezigde argument betreffende niet meer beschikbare personen is niet van toepassing.
•Adviesorgaan. Tenslotte wijst de heer Joustra Kamervoorzitter Arib op het feit dat de Onderzoeksraad geen adviescollege is in de zin van artikel 30 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Desalniettemin stelt de Onderzoeksraad het verzoek van mevrouw Arib uitvoerig inhoudelijk te hebben beoordeeld. Daarbij hecht ik eraan te constateren dat deze beoordeling louter betrekking heeft gehad op de formele vereisten van het verzoek en zeker niet op de inhoud zelf van het reviewrapport. Dit volgt onweerlegbaar uit bovenstaande constateringen. Bovendien staat het de Onderzoeksraad vrij om de Tweede Kamer te adviseren over de kwaliteit van een technisch rapport dat over een belangrijk veiligheidsterrein in Nederland handelt. En zeker wanneer de Kamer daar zelf om vraagt.
•Beïnvloeding. In het verleden is de integriteit van de naar de vuurwerkramp gevoerde onderzoeken regelmatig en op ernstige wijze geschonden. Daarvan worden voorbeelden genoemd in het door mij opgestelde reviewrapport. Dit betreft niet alleen de oorspronkelijke onderzoeken uit de periode 2000 - 2003 (van ramp t/m veroordelingen in hoger beroep), maar ook door de rijksrecherche (2004), door de commissie Justitie van de Tweede Kamer (2005-2006), de nieuwe feitenonderzoeken door het OM (2010-2012) en de vooronderzoeken door Onderzoeksraad Integriteit Overheid en de Nationale Ombudsman (2013). Daarnaast hebben mij aanwijzingen bereikt van beïnvloeding betreffende de behandeling van mijn rapport bij het college van Pg's en de Tweede Kamer (2018/2019). E.e.a. heeft zijn uitwerking niet gemist bij de besluitvorming door uw voorganger de heer Joustra.

Conclusie

De afwijzing van het verzoek van de Kamervoorzitter door de heer Joustra is beargumenteerd met uitsluitend formalistische argumenten. Aangetoond is dat deze niet van toepassing zijn. Dit geheel van gebezigde argumenten dient een fictief beeld, als zou het gaan om een verzoek van de Kamer om naar oud strafrechtelijk onderzoek te kijken. In werkelijkheid gaat het om verificatie en technisch onderzoek betreffende veiligheidsaspecten met een zeer hoge actualiteitswaarde. De Onderzoeksraad noemt dan ook geen enkel inhoudelijk argument m.b.t. het rapport. Het rapport blijft daardoor onweersproken. De afwijzing van de heer Joustra gebeurde bovendien volgens een subjectief tijdspad en zonder daarbij de auteur van het betreffende reviewrapport te raadplegen.

Hierdoor dreigt een beeld te ontstaan van de Onderzoeksraad die kennelijk reeds op voorhand op de hoogte is van het feit dat een onderzoek naar het reviewrapport vuurwerkramp niet welkom is en daardoor een hoog afbreukrisico kent voor de Onderzoeksraad. Het is immers ondenkbaar dat de heer Joustra niet gewezen zou zijn op deze afbreukrisico's.

Oplossing

In uw nieuwe functie van voorzitter Onderzoeksraad voor de Veiligheid doe ik een beroep op u. De Onderzoeksraad kan altijd besluiten tot een onderzoek op eigen initiatief. In de Memorie van Toelichting op de Wet van de oprichting van de Onderzoeksraad staat dat dé leidraad voor de Onderzoeksraad, bij het bepalen of de Raad al dan niet een onderzoeksopdracht naar een ongeval moet openen, bijvoorbeeld niet is of er veel slachtoffers zijn gevallen, maar wél of er belangrijke lessen zijn te leren voor de veiligheid in de toekomst. Daarom is genoemd dat de Onderzoeksraad ook kleinere ongevallen moet kunnen onderzoeken om te voorkomen dat in de toekomst zo'n klein ongeval alsnog op grotere schaal plaatsvindt. Aangezien er uit de Vuurwerkramp, die wél groot is en in het nationaal geheugen staat gegrift, vele veiligheidslessen zijn te trekken, die echter nooit door de overheid zijn getrokken, is er alle aanleiding voor de Onderzoeksraad om op eigen initiatief alsnog een onderzoek te starten naar de huidige fouten in regelgeving en blusvoorschriften betreffende de opslag van vuurwerk, alsmede naar de wijze waarop Nederland is omgegaan met deze ramp. Immers de ramp kan nog steeds plaatsvinden omdat er geen lessen zijn geleerd. De commissie Oosting heeft nog volgens een oude systematiek onderzoek gedaan, waardoor Oosting faalde. Dit is nog een blinde vlek in de Nederlandse recente veiligheidsgeschiedenis die wacht op onderzoek door uw Raad.

Wanneer de Onderzoeksraad volhardt in zijn weigering de Vuurwerkramp alsnog te bekijken, komt een andere oplossing in beeld. Dan zal de Tweede Kamer het initiatief moeten nemen tot onderzoek. Dit kan de Kamer doen door externe deskundigen, eventueel gevolgd door een parlementair onderzoek.

Gelet op het belang van deze kwestie, stuur ik een afschrift van deze email aan een aantal direct betrokkenen en deskundigen, waaronder vanzelfsprekend de voorzitter van de Tweede Kamer mevrouw Khadija Arib, de drie initiatief nemende Kamerleden Kees van der Staaij (SGP), Ronald van Raak (SP) en Henk Krol (50plus), alsmede een aantal Kamerleden van de vaste Kamercommissie voor Justitie en de Stichting Maatschappij en Veiligheid.

Met vriendelijke groet,

Paul van Buitenen
Gelogd
Pagina's: [1] Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006-2007, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!