[EnschedeRamp] Forum
Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
30 Mei 2020, 20:38:20

Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte
Zoek:     Geavanceerd zoeken
NB! Als u lid wilt worden stuur dan een verzoek naar:

EnschedeRamp@gmail.com
8043 aantal berichten in 693 topics door 21 geregistreerde leden
Nieuwste lid: MvT
* Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
+  [EnschedeRamp] Forum
|-+  Enschede 13 mei 2000
| |-+  Brandweer
| | |-+  Aad Groos
« vorige volgende »
Pagina's: [1] Omlaag Print
Auteur Topic: Aad Groos  (gelezen 4869 keer)
admin
Don H.
Forumbeheerder
Held
*****
Berichten: 2080



Bekijk profiel
« Gepost op: 15 Februari 2010, 15:20:38 »

Rampenbestrijding: Koester de Chaos
Jeroen Siebelink

Bij de bestrijding van elke grote ramp – van Bijlmer tot Schiphol – gaan dingen fout. Na afloop is steeds weer de reflex: centraliseren die hap, en pomp er de allernieuwste ICT in. De werkvloer zelf ziet daar niets in. “Hoe beter de informatievoorziening aan bestuurders, hoe meer dodelijke slachtoffers er vallen.”

Voor jouw neus, in de haven van Rotterdam, blazen terroristen de Maastunnel, de Willemsbrug en de Erasmusbrug op. En het was al hoog water. Behalve ontelbare slachtoffers zie je een vreemde gaswolk snel richting Pernis drijven: de lading van een schip. Mechanisch bel je 112. Een geoliede commandostructuur stelt zich nu in werking, denk je. Sirenes zullen weldra loeien. De chaos zal groter worden, maar een Onzichtbare Hand – een kleine top crisisstrategen die de lakens uitdeelt op basis van razendsnelle rapportages van eenheden ter plaatse – leidt alles natuurlijk in goede banen.
Dan herinner je je al die paniekerige krantenberichten van de laatste jaren. Zeven jaar na de vuurwerkramp in Enschede zouden bestuurders en hulpverleners nog altijd slecht zijn voorbereid op grote rampen. Ze communiceren slecht, werken met versnipperde informatievoorziening en oefenen zelden. Hoe zal het in Rotterdam gaan? Hebben we geleerd van de lange files ambulances in Volendam die de weg blokkeerden voor de brandweer? Zitten alle hulpverleners nu wel op dezelfde frequentie via C2000, of kan het commando net als toen in Enschede eenheden niet bereiken – terwijl het acute gevaar dreigde van ammoniakuitstoot uit de koelinstallatie van Grolsch? En kijkt de burgemeester bij gebrek aan beter weer televisie, om daarop zijn beslissingen te baseren?
“Als het zover is, zal het toch weer houtje-touwtje gaan”, zegt hoogleraar rampenbestrijding Ira Helsloot van de VU. “Toch zijn we beter in bestrijding geworden”, zegt Aad Groos, directeur Hulpverleningsdienst in Twente. “Maar níet door lang stil te staan bij wat er toen allemaal fout ging. Dat heeft weinig zin. Ik heb liever één helderziende in dienst dan honderd beleidsmedewerkers.”
Alleen Rotterdam en Amsterdam zijn voorbereid op een ramp van het type 3. Het zwaarste type 5 is een kernramp of een grote overstroming. De andere 23 veiligheidsregio’s zijn hoogstens voorbereid op type 1, een verkeersongeluk. Friesland haalt zelfs dat niveau niet. “Dat is niet per se erg”, zegt Helsloot. “Het is een politieke keuze. Rampenbestrijding is een gelegenheidsorganisatie. Terecht, een ramp komt zelden voor. Ooit kenden we een permanente, centrale rampenbestrijdingsorganisatie, maar die is vanwege bezuinigingen gedecentraliseerd naar gemeenten en hulpverleners.”
Dit tot verdriet van minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst. Zij maakt zich ‘grote zorgen’ over de versnipperde automatisering en slechte communicatie tussen de hulpdiensten. Zelfs in de meldkamer, waar jouw 112-telefoontje binnenkomt, wisselen ze amper informatie uit. “Dat heeft soms met onwil te maken, soms met de wirwar van systemen, soms met privacywetgeving”, zegt Jaco Appelman, universitair docent aan de TU Delft en programmacoördinator Informatievoorziening bij de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding. “Mede hierdoor zijn we niet berekend op een ramp. Alleen het motorkapoverleg, niveau 1, dat gaat nu wel goed.”
Niemand steekt zijn hand in het vuur dat bij de eerstvolgende ‘opschaling’ naar niveau 3, 4 of 5 operationele eenheden en bestuur fatsoenlijk worden voorzien van informatie. Rijksambtenaren willen daarom een saneringsslag onder de lappendeken van vierhonderd ICT-­systeempjes – van Excel-sheets tot geosystemen. Die bevinden zich nu in de drie ‘kolommen’ die bij een ramp moeten samenwerken: de rode van de brandweer, de witte van de ambulances en ziekenhuizen en de blauwe van de politie. Maar deze laten zich niet landelijk kapit­telen, in het Huis van Thorbecke. Ze regelen het zelf, in hun koepelplatforms en programmaraden. In hun tempo. “Heel langzaam groeien we toe naar het besef van wat nodig is, het minimum”, zegt Appelman.

Een extreem, maar niet ondenkbaar scenario, type 5. Het vindt plaats in een regio met de best samenwerkende eenheden van Nederland. Maar de chaos waaiert uit naar aanpalende regio’s, die slechts type 1 aankunnen. Wat zal goed gaan in ‘Rotterdam’? Wat niet?

Tussen de kolommen
Om te beginnen een opsteker: ten tijde van ‘Enschede’ was er nog geen C2000, in ‘Rotterdam’ straks wel. “Toen ging het al mis bij de opschaling van 1 naar 3”, zegt Aad Groos. “Elke kolom communiceerde binnen zijn eigen praatgroepjes. Daardoor had elke eenheid zijn eigen beleving, niemand wist of het 2 (groot incident) of 3 (gemeentelijke ramp) was.” Nu communiceren de drie kolommen in elk geval op één frequentie. Maar dan. Wie hakt de knopen door?
“Een operationeel topcommando is er niet”, zegt Groos. “Wel richten we op het rampenterrein een commandocentrum in. In die tent bevinden zich permanent de commandanten uit de drie kolommen, zodat voortdurend topoverleg mogelijk is.” Drie kapiteins op een schip? “Afhankelijk van de situatie bepalen we wie de baas is. Is er veel brand: de brandweer. Bij vogelgriep: de geneeskunde. Zijn er vooral problemen met de openbare orde: de politie.” Moet de burgemeester daar niet bij­zitten? “Nee zeg, alsjeblieft. Die zit als het goed is ergens anders. Bestuur moet je altijd ver houden van de ope­ratie.”
Ivo Opstelten en zijn mensen – de vierde kolom – zullen vanuit de tent rapportages krijgen aangeleverd. Maar elke bestuurder heeft zo zijn eigen manieren. Bij de cafébrand in Volendam stapte de burgemeester emotioneel betrokken op het terrein rond. Bij de oefening ‘Bonfire’ in de Arena hield zelfs de minister zich persoonlijk bezig met de vraag of een­heden zich moesten terugtrekken bij antraxgevaar. Wie doet nu wat? “Komt nog eens bij dat door de gifwolken in Rotterdam ook aanpalende regio’s – waar bijvoorbeeld Pernis onder valt – zich ermee gaan bemoeien”, zegt Appelman.
“Elke bestuurlijke bemoeienis met de levensreddende operatie is contraproductief”, zegt Helsloot. “De belangrijkste les van alle rampen tot nu toe is: de eerste eenheden ter plaatse redden de meeste levens. Door onderling vooral níet te communiceren en gewoon aan de bak te gaan. Dé blooper van Ensche­de was dat de brandweer pas na drie uur op volle sterkte kwam omdat men het in die commandotent allemaal zo krampachtig wilde coördineren. Het enige dat informatieuitwisseling de eerste uren op­levert is tijdsvertraging.”
Ontstonden door gebrek aan coördinatie in Volendam juist niet lange files ambulances? “Die werden juist veroorzaakt door ‘technofix’”, zegt Helsloot. “De eerste medische eenheden die arriveerden, richtten netjes volgens de procedure een tent op voor de slachtoffers. Die blokkeerde de aanvoerroute van ambulances – waarvan er genoeg waren om alle slachtoffers meteen af te voeren. Bij de Bijlmerramp werkte weinig coördinatie juist goed. Alles wat wielen heeft, rijden! klonk het letterlijk vanuit de meldkamer. De essentie is: zo snel mogelijk bij de slachtoffers zien te komen. Het is een idée fixe van militair ingestelde mensen als Rob de Wijk van Clingendael dat je een strakke commandostructuur nodig hebt. Later misschien. De eerste uren moet je de chaos koesteren.”


De rode kolom

Van de drie kleuren is bij een klassieke flitsramp ‘rood’ meestal dominant. Juist op die kolom bestaat de meeste kritiek. Brandweerkorpsen in de grote steden zijn professioneel, maar in de rest van het land leunt men zwaar op vrijwilligers. Hoewel de gemeenten verantwoordelijk zijn, kent 60 procent de eigen opkomsttijden niet.
Die hoort acht minuten te zijn, bij de meeste duurt het twee keer zo lang. Er wordt te weinig geoefend, en de verschillende systeempjes communiceren niet. “Door gebrek aan centrale sturing is bij de brandweer inderdaad weinig samenhang tussen alle systemen en korpsen”, geeft Appelman toe. “Maar keerzijde van die medaille is dat de werkvloer juist zeer vaardig is ómdat ze zelf de leiding hebben. Twintig kleine brandjes zijn straks goed voor een grote.
Toch zijn er mensen die van bovenaf een systeem over alle korpsen én kolommen willen leggen. Daar bestrijd je geen ramp mee. C2000 is destijds ook al topdown via de blauwe kolom aan ons op­gedrongen. Wat blijkt? Brandweerlieden pakken toch liever hun GSM. Dat andere apparaat ver­geten ze steeds op te laden op hun sokkel.



De blauwe kolom

De politie – waar meer geld, maar ook meer rijksbemoeienis zit – is qua automatisering jaren vooruit op de rest. In ‘Rotterdam’ krijgen zij niet daarom de leiding, wél vanwege mogelijk nieuwe terreur­dreiging. Hoe belangwekkend ‘blauw’ om al die redenen ook is, in hun automatisering trekken de andere kolommen er zich weinig van aan. “Ze proberen vaak tevergeefs de allerveiligste systemen aan ­de brandweer op te dringen”, zegt Appelman. “Die geeft daar minder om.” Al die verschillende eisen vanuit de kolommen brengen landelijke eenheid niet dichterbij. Als ze straks in Rotterdam maar onderling communiceren via C2000, toch? “Maar ook dat doen ze nog niet allemaal”, zegt Adri Janssen van kennis­centrum Geonovum. “Terwijl de politie de afzettingen verzorgt en wegen vrijhoudt voor rood en wit, vangt de gemeente de slachtoffers op. Klein probleempje: die ‘vierde kolom’ is niet op C2000 aangesloten.”


Hebben de rijksambtenaren gelijk? De hoogste tijd voor uniformisering? Een platform van leveranciers onder leiding van Logica CMG en Oracle wierp zich onlangs hiervoor op. “Door de commerciële belangen van de ook versnipperde industrie is deze zélf mede verantwoordelijk voor de ICT-versnippering”, zegt Janssen. “Nooit hadden ze belang bij eenheid en samenwerking, maar nu willen ze ons wel een overkoepelend systeem slijten. Geloof ik niet in. De overheid moet de regie nemen.” Appelman: “Een ramp is zo onvoorspelbaar dat het geen zin heeft alles vast te leggen in overkoepelende proce­dures en sy­ste­men. Maak hulpverleners ­liever bekwaam in hun vak, laat ze af en toe experimen­teren met nieuwe ICT. Maar leg ze niks op.”


De witte kolom

Ook in de witte kolom – waar men zich vooral bezighoudt met de afvoer van slachtoffers – heerst een zekere anarchie. Ambulancediensten zijn zelfstandig. “Het zijn net sleepdiensten, elk vrachtje levert ze centen op”, zegt Appelman. “Maar anders dan in de andere kolommen is het in de witte niet zo’n ICT-wirwar. Wel zijn die hulpverleners gewend regels te volgen. Nadeel van dat protocolaire is weer dat je aan routine niks hebt in een chao­tische situatie als een ramp.” In ‘Rotterdam’ zullen lange files als in Volendam en eindeloos gebel en gefax naar ziekenhuizen als in Enschede niet voorkomen. Tegenwoordig kan de centrale alle ambulances in het hele land lokaliseren, oproepen én volgen. Gewonden worden automatisch gespreid, ziekenhuizen worden gewaarschuwd. Maar ook in de witte kolom is het grootste probleem: de moeizame uitwisseling met andermans systemen. Om privacyredenen krijgt ambulance­personeel soms geen inzage in het medische dossier van een slachtoffer. Heeft deze dia­betes, dan kan dat dodelijk zijn. “In de witte kolom geldt nog meer dan in andere: elke seconde telt”, zegt Groos. “Hoe later de ambulance bij een gewonde arriveert, hoe langer het herstel later zal duren, hoe meer reva­lidatie en blijvend letsel en hoe meer maatschappelijke kosten. Waarom blokkeert privacywetgeving dan nog steeds dat een mobiel telefoontje van iemand die vanuit hotel New York een ramp doorbelt via GPS direct naar de regionale meldkamer gaat? Eerst moet hij zijn verhaal doen aan de centrale in Driebergen. Wat als je toerist bent en je kunt niet uitleggen waar je bent?”



De gemeentelijke kolom

Ondertussen kijkt Opstelten met zijn team vooral tv, leest rapportages van de operatie en telt. Doden, gewonden, daklozen. Lastig werk, want veel mensen slepen zichzelf een auto in. Het afgerukte ledemaat naast zich op de achterbank. Een nieuw slachtoffervolgsysteem houdt bij waar iedereen zich bevindt. Dit is belangrijke informatie voor verwanten en media, maar ook voor de gemeentelijke nazorg: opvang, verzorging, kleren, geld, wederopbouw, verantwoording, schuldvraag. Maar echt overzicht, nee, dat hebben de bestuurders niet.
Méér ICT die kolom inpompen? “Bestuurders moeten decision support-systemen krijgen”, zegt Appelman. “Verder moet je niks centraliseren of opleggen, zeker niet aan de operatie. Niemand werkt checklists af bij een ramp. Het enige dat we nodig hebben is veel oefening. Én duidelijke regels wie wanneer mag vissen in andermans vijver. We moeten onze vierhonderd systemen zien als een lagune van ICT-eilanden. Daartussen moeten data rondzwemmen in een gezond ecosysteem.” Ira Helsloot ziet zelfs niets in decision support voor bestuurders. “Hoe directer de informatievoorziening aan de burgemeester, hoe operationeler hij denkt, hoe meer nutteloze bemoeienis hij heeft met de hulpverlening ter plaatse. Niks online videobeelden. C2000, goed voor de dagelijkse hulpverlening, voegt niks toe bij een ramp. Zo’n extra informatiesnelweg creëert alleen maar meer belasting voor de meldkamer. Te veel onzinnige informatie komt binnen. Maar Binnenlandse Zaken wil dat wel. Tientallen miljoenen euro’s stoppen ze in mega ICT-­projecten van TNO. Van mensen die weinig van de werkvloer afweten.”


Wat willen rampenbestrijders dan? “Een simpel, robuust mailsysteem met een smartboard waarmee cruciale informatie tussen de coördinatiecentra kan worden verspreid”, denkt Helsloot. “Leg dat op aan alle kolommen. Maar kom niet aan die vierhonderd onderliggende systeempjes, daar is niks mis mee.”

Omdat het beleidsprogramma in volle ontwikkeling is en de minister nog bezig was aan haar eerste honderd dagen, vond het ministerie van Binnenlandse Zaken het niet zinvol mee te werken aan dit artikel.


Geo-informatie bij rampen­bestrijding
De nationale rampenbestrijding kent geen centraal commando­systeem waaronder brandweer, geneeskundige hulp en politie ressorteren.
Wel lopen er tientallen projecten om toch zoiets te verwezenlijken. “Zo waardeert men nu het geografische politiesysteem multidisciplinair op”, zegt adviseur Adri Janssen van Geono­vum dat standaarden ont­wikkelt in geo-informatie.
“Het Regenboog Sherpa-systeem heet dat. Of iedereen dat ook echt gaat toepassen? Wij zijn als een energiemaatschappij, we gaan tot het stopcontact. Crisismanagers moeten zelf weten of ze het toepassen.”

Ook op operationeel niveau wor­stelen de rampenbestrijders met geo-informatie: de vele soorten kaarten van wegen en leidingen die in omloop zijn. Lapjes in de enorme lappendeken van rode, witte en blauwe systemen. “De huidige geosystemen zijn nog niet koppelbaar en niemand is het eens over wat de standaard moet zijn”, zegt Aad Groos van de Hulpverleningsdienst te Twente. “De brandweer wil weten of wegen afgesloten zijn en waar water­tappunten en gasleidingen zijn. Ambulances willen weten of er hobbels in de weg zitten.
Hoogste tijd dat er een systeem komt met voor elke kolom eigen modules.” Volgens Janssen wordt hier door Geonovum hard aan gewerkt.


DB jaargang 2 nummer 4
Gelogd
Poter
[ERF] lid
Senior
*
Berichten: 311


Bekijk profiel
« Antwoord #1 Gepost op: 15 Februari 2010, 15:41:38 »

In 2000 was de norm van de opkomst tijd van de brandweer nog 6 minuten.
Wat Enschede ook parten heeft gespeeld is dat alle brandweervoertuigen verloren gingen en daarmee de in de voertuigen aanwezige communicatiemiddelen, ook de portofoons die men bij zich had raakten zoek of defect.
Volgens mij was er nog 1 portofoon die het deed maar problemen had om de centrale te bereiekn.
Het hele gsm verkeer lag plat.
M.A.W. dit zal in de huidige tijd met de huidige middelen dus niet anders gaan.
Communicatie is en blijft de zwakste schakel.
Gelogd
Pagina's: [1] Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006-2007, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!