Nieuws:

NB! Als u lid wilt worden stuur dan een verzoek naar:

EnschedeRamp@gmail.com

Hoofdmenu

18. Rijksrecherche: Doofpot (1)

Gestart door admin, 10 april 2019, 00:39:15

Vorige topic - Volgende topic

admin

18. Rijksrecherche: Doofpot (1)

Dit is het eerste artikel waarin enkele concrete bewijzen worden genoemd. Totdat de bevoegde instanties actie gaan ondernemen kan de publicatie hiervan doorgaan, want er zijn veel bewijzen beschikbaar. Van alle geduide bewijzen zijn achterliggende stukken. Ook die bewijsstukken kunnen in een later stadium worden gepubliceerd indien dat nodig mocht zijn om alsnog een doorbraak te forceren. Te goeder trouw en het openbaar belang zijn daarin leidend (Art. 261 WvS).

De rijksrecherche heeft met zijn onderzoeken in 2004 en 2012 ronduit wanprestaties geleverd. Het onvermogen en de onwil van de rijksrecherche om tot resultaten te komen zijn zó stuitend dat ik 'Opzet' uitdrukkelijk niet uitsluit. Het woord 'doofpot' wordt te gemakkelijk in de mond genomen, maar hier is het van toepassing. Nou, daar gaan we dan:

1.Millennium verklaring. Op 22 augustus 2002 werd André de Vries onschuldig veroordeeld tot 15 jaar cel. Twee van de door de rechtbank in het vonnis geaccepteerde bewijsmiddelen, aangevoerd door het Openbaar Ministerie om De Vries veroordeeld te krijgen, waren afgelegde verklaringen. Betreffende getuige beweerde dat De Vries in de millenniumnacht had verklaard over een bom bij S.E. Fireworks. Het OM wist echter dat deze verklaring meinedig was, want reeds vóór 6 juni 2002 dagvaardde het OM de bewuste getuige wegens meineed voor precies deze verklaringen die als bewijs waren opgevoerd door datzelfde OM!! De rijksrecherche vond niets. Ook niet wat er van de zes ontlastende verklaringen was geworden die de rechtbank blijkbaar niet had opgemerkt.

2.Compositietekening. Op 9 maart 2004 legt een rechter een verklaring af bij de rijksrecherche over een compositietekening in kleur, die voor hem de aanleiding vormde om het Openbaar Ministerie op 5 oktober 2000 te tippen op twee mogelijk bij de ramp betrokken personen. Op 6 oktober staat inderdaad een mutatie in het Tolteamjournaal die verwijst naar deze tip. Alleen werd deze tekening pas op 9 oktober opgesteld, dus die tekening bestond niet op het moment dat de rechter de tip gaf. Ook was de gelijkenis van de compositietekening met de uiteindelijk bedoelde persoon die van Heino met Martin-Luther King. De rijksrecherche notuleerde slechts en vond niets ervan.

3.Rood sportbroekje. Een rood sportbroekje speelde de hoofdrol voor het Openbaar Ministerie bij de aandachtsvestiging, verdachtmaking, arrestatie, gevangenhouding en veroordeling van André de Vries als brandstichter. De rijksrecherche vond het echter niet nodig om hier enig serieus onderzoek naar te doen. Zij concludeerden dat niet meer was na te gaan waar het broekje is geweest en hoe het verpakt was. Bovendien vond het Hof het broekje niet meer van belang. De rijksrecherche heeft belangrijke getuigen, die bij de behandeling van het broekje waren betrokken, hierover niet gehoord. De rijksrecherche merkte ook niet op dat er verschillende broekjes zijn geweest binnen het onderzoek vanwege het verschil in stank, verontreinigingen, gaatjes,plaats van het kontzakje, broekband, verpakkings- en sluitingswijze, bewaarplaats en vergezeld gaan met de overige kleding.

4.Parallel traject. Er liep binnen het Tolteam een parallel onderzoekstraject door drie rechercheurs naar de kandidatuur van De Vries als brandstichter. De bevindingen van dit traject werden niet in het reguliere Tolteamjournaal genoteerd, maar op een losse USB-stick, waardoor de bevindingen in dit traject werden onttrokken aan de normale groepsdynamiek en -kritiek binnen het Tolteam. Pas aan het eind van het parallelle traject informeerde men de rest van het Tolteam en schakelde het Tolteam over van het scenario 'Bedrijfsongeval' naar het scenario 'Brandstichter De Vries'. Door formalistische interpretatie van onderzoeksvereisten merkte de rijksrecherche dit traject als reglementair aan en zagen zij hierin geen misleiding.

5.Verhoorde getuigen. De rijksrecherche liet bij zijn onderzoek alle kritische getuigen terzijde, of hoorde hen slechts gedeeltelijk. Zij negeerden cruciale getuigen betreffende mogelijke misleiding van de rechter. De rijksrecherche hoorde de beide klokkenluiders alléén met het oogmerk om hen op meineed te kunnen pakken. Hun aantijgingen betreffende het onderzoek werden met grote tegenzin als bijlage aan het verhoorverslag gehecht, zonder enige opvolging, want de rijksrecherche sloot het onderzoek reeds twee dagen na hun verhoor. Een rechercheur die tevoren door Bureau Interne Zaken als mogelijke verdachte werd aangemerkt, is door de rijksrecherche als belangrijke getuige gebruikt voor de waarheidsvinding die de rijksrecherche aan het construeren was.

6.Verhoor voorbeeld. Het 'verhoor' van de persoon waarop de rechter had getipt en die zich later, toen het Tolteam niet aansloeg, alsnog spontaan meldde bij het Tolteam en hen op het spoor van De Vries zette, is typerend voor de 'grondigheid' waarmee de rijksrecherche werkte. De rijksrecherche trof betreffende getuige in beschonken toestand aan, reden waarom de rijksrecherche besloot van verder verhoor af te zien. Normaal gesproken was op ontnuchtering aangedrongen en was hij daarna serieus verhoord gelet op de belangrijke positie van zijn getuigenissen en de tegenstrijdige elementen daarin, dit met het oog op de onderzoeksopdracht van de rijksrecherche.

7.Onderzoeksopzet. Formeel zou de rijksrecherche de eerdere bevindingen van het BIZ als uitgangspunt nemen. In werkelijkheid schoof de rijksrecherche alles van het BIZ terzijde en begon met de constructie van de gewenste werkelijkheid. Uitgangspunt daarbij was de tendentieuze 'weerlegging' van de klokkenluiders door de Advocaat-generaal van het Hof te Arnhem. Daarna zocht de rijksrecherche antwoorden om de door het BIZ gesignaleerde tegenstrijdigheden in data van het geautomatiseerde vastleggingssysteem te kunnen verklaren. De hele opzet van het onderzoek verraadt de werkelijke opdracht van het college Pg's aan de rijksrecherche: ontkracht de kritische bevindingen van het Bureau Interne Zaken.

8.Onderzoeksopdracht: "De doelstelling van het rijksrecherche feitenonderzoek is vast te stellen of en zo ja in hoeverre verantwoordelijken en uitvoerenden binnen het strafrechtelijk onderzoek contra verdachte De Vries, opzettelijk de rechterlijke macht hebben misleid." De uitkomsten van het onderzoek worden geformuleerd in typisch rijksrecherchiaans taalgebruik: "Er werd geen ondersteuning gevonden voor ..., er is niet gebleken dat ...". Op deze wijze geformuleerde onderzoeksresultaten zijn altijd waarheidsgetrouw. Want waar de rijksrecherche niet zoekt zal de rijksrecherche ook niets vinden. Waar de rijksrecherche wél naar zocht, was het bewijs dat een of beide klokkenluiders meineed hadden gepleegd. Het OM dacht dat de rijksrecherche daarin was geslaagd en zette dat in hun persverklaring van 5 juli 2004. De rechtbank Den Haag floot het Openbaar Ministerie echter terug bij vonnis van 13 augustus 2004 en dwong het OM tot een rectificatie.

Er zijn veel meer voorbeelden te noemen van de onwil van de rijksrecherche om aan waarheidsvinding te doen. Wanneer ik niet de beschikking had gehad over de (niet openbare) achterliggende documenten van de rijksrecherche die hebben geleid tot het (wél openbare) eindrapport, had ik nooit de ware opzet van de rijksrecherche kunnen achterhalen en was de doofpot in stand gebleven.

Een van de volgende artikelen gaat over de prestaties van de rijksrecherche in 2012, wanneer zij, in opdracht handelend van het college Pg's, wederom de doofpotkwast hanteren.

Paul van Buitenen