Nieuws:

NB! Als u lid wilt worden stuur dan een verzoek naar:

EnschedeRamp@gmail.com

Hoofdmenu

21. Op zoek naar 'Walter De Bock'?

Gestart door admin, 10 april 2019, 00:42:58

Vorige topic - Volgende topic

admin

21. Op zoek naar 'Walter De Bock'?

Regelmatig spreek ik journalisten. Wetmatig bepalen zij of iets nieuwswaardig is:

•Als iets al is gepubliceerd, is het geen nieuws meer. Dit is een dogma. Zelfs al is het een jaar geleden, was het slechts in een plaatselijke krant, is het elders niet opgepikt en ging het maar om een ondergeschikt deelaspect van het totale nieuwsfeit, dan nog is het geen 'nieuws'. Dat dit niet klopt aanschouwde ik met eigen ogen toen een journalist, onwetend van eerdere publicatie, nieuws bracht over Clearstream dat een half jaar eerder naar buiten was gekomen. Nu werd het wél opgepikt en het werd alsnog wereldnieuws.

•Zonder eigen input is het niet interessant. Het kant en klaar aanleveren van een uitgewerkt onderwerp is verdacht en niet aantrekkelijk. Journalisten moeten zich kunnen profileren en eigen vaardigheden kwijt kunnen in de publicatie. Dit komt de leeswaardigheid weliswaar ten goede, maar het is niet altijd bevorderlijk voor het waarheidsgehalte vanwege de onvermijdelijke ondeskundigheid. Vaak heb ik fouten zien ontstaan, omdat het een eigen productie moest zijn en men het artikel niet meer op inhoud wilde laten nakijken.

•Altijd meerdere bronnen raadplegen. Dit is een gezond principe dat veel fouten voorkomt. Maar het kan wel eens funest uitpakken. Wanneer in een gevoelig en omvangrijk dossier een aantal bronnen, na lang afwachten en alleen onder garantie van absolute anonimiteit willen meewerken en de pers gaat vervolgens zelf op zoek naar die bronnen: "wij kunnen niet afgaan op één bron", dan kunnen zij daarmee ongelofelijke schade aanrichten aan de onderbouwing van het dossier. Deze bronnen kunnen zich bedrogen voelen en volledig dichtklappen.

•Keep it simple ... Vaak is mij uitgespeld dat lezers van een krant geen ingewikkelde onderwerpen willen lezen. Publicaties moeten zo eenvoudig mogelijk zijn voor de toegankelijkheid. Langzamerhand begon het mij te dagen dat journalisten zelf ook moeite hebben met omvangrijke dossiers en dat het ook in hun eigen belang is om slechts eenvoudige onderwerpen te brengen. Het bonnetje van Teeven, de Datsja van Halbe Zijlstra, de voetbalkaartjes bij de politie, de aankoop van auto's tegen voordeeltjes, de tandarts van Cresson, dat zijn spraakmakende dossiers, die weinig afbreukrisico kennen en waarover men onderling journalistieke prijzen toekent.

•Autoriteiten spreken de waarheid. Wanneer TNO, het NFI, het OM, of prof. dr. mr. Marten Oosting resultaten naar buiten brengen van hun onderzoek, dan is dát de waarheid en kun je dat zonder controle klakkeloos berichten. Wanneer je niet tot die bevoorrechte kaste hoort, of je waagt het zelfs hun conclusies ter discussie te stellen, dan ben je niet serieus te nemen, of is tenminste uitgebreide verificatie nodig bij de instituten die worden bekritiseerd. En als het dossier te omvangrijk is voor verificatie, dan is het geen nieuws.

Walter De Bock

Ik zat eerder met zo'n omvangrijk dossier: 'Fraude bij de Europese Commissie'. Na een jaar van 'trial and error' met de Europese pers in Brussel, zat ik in de kerstvakantie geschorst thuis. Iedereen stond op de ski's en ik was verlaten. Alleen de Vlaamse politica Nelly Maes en haar (toen nog) assistent Bart Staes kwamen op bezoek. Via hen kwam ik in contact met een gerenommeerd onderzoeksjournalist van de oude stempel. Dat was Walter De Bock. Na een lang gesprek bij hem thuis, tussen stapels dossiers, herkende hij goud in mijn materiaal en hij geloofde mij. Omdat hij al in zijn nadagen zat, had hij liever dat een jongere collega erover zou schrijven. Die interviewde mij urenlang op de verlaten redactie van die zondag, terwijl Walter op de achtergrond toekeek tot hij wist dat het goed was. Dat paginagrote artikel van 4 januari 1999 in 'De Morgen' keerde het tij. De hel brak los en de rest is geschiedenis.

Gezocht: Een journalist met instinct

Het materiaal dat ik in 1998 in bezit had was kinderspel in vergelijking met wat ik nu heb gevonden bij de Vuurwerkramp. Om bovengenoemde en andere redenen wil de Nederlandse pers er echter nog niet aan en kijkt de kat uit de boom. Immers mocht de Kamercommissie Justitie en Veiligheid op 6 december a.s. wél brood zien in mijn dossier, dan is het afbreukrisico weg.

Daarom ben ik op zoek naar de nieuwe Walter. Wie staat er op? Wie heeft nog het instinct om deze uitdaging aan te gaan? Het moet toch niet meer nodig zijn dat ik de overheid zelf ga confronteren vanaf de barricade? Bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie, de rijksrecherche, het NFI, TNO en oud-ministers in het openbaar ter verantwoording gaan roepen, zodat zij zich genoodzaakt voelen om door het OM strafvervolging in te laten stellen naar mijn zogeheten lasterlijke aantijgingen?

Voor wie wil weten waar ik het over heb: Hier staan al mijn artikelen, kort en To-the-point.

Paul van Buitenen